Archeologie

Geschiedenis van Almere

Opgraving in Overgooi Almere

Almere is een jonge stad, maar in de grond vinden we regelmatig sporen uit de Steentijd. We doen onderzoek naar mogelijk archeologisch interessante vondsten. Dat is niet alleen leerzaam, maar ook wettelijk verplicht. Bureau Archeologie kan u verder helpen als u hierover meer wilt weten.

Scheepswrakken

Monument bij scheepswrak

Voordat Flevoland werd ingepolderd, golfde hier de Zuiderzee. Daarom liggen er ook op Almeers grondgebied nog heel veel scheepswrakken in de bodem. Die bewaren we het best waar ze nu liggen; vochtig en diep in de grond. Sommige vindplaatsen zijn nu zichtbaar voor iedereen.

Vliegtuigwrakken

Lancaster bommenwerper

De wrakken van vliegtuigen die we in het water rond en de bodem onder Almere vinden, stammen vooral uit de Tweede Wereldoorlog. Nog steeds halen we (delen van) toestellen naar boven, die we soms in verband kunnen brengen met nog levende personen.

Boekpresentatie 26 januari

Op donderdag 26 januari staat de Romeinse tijd in Almere centraal in Het Archeologiehuis. Wethouder Frits Huis ontvangt dan het boek ‘De Bende van Flevum, opstand aan de Romeinse grens’. Voorafgaand aan de boekpresentatie geeft archeoloog Dick de Jager een korte lezing over de Romeinse tijd in Almere. De bijeenkomst is gratis en voor iedereen toegankelijk.

Programma:
-        16.30 uur inloop
-        17.00 uur welkomstwoord + lezing
-        17.20 uur boekpresentatie
-        17.40 uur borrel
-        18.15 uur einde

Het Archeologiehuis

Het Archeologiehuis Almere in Almere Buiten toont het hele jaar een permanente tentoonstelling over de geschiedenis van Almere.

Openingstijden

  • dinsdag t/m donderdag 13.00 – 16.00 uur
  • zaterdag en zondag op aanvraag geopend
  • voor groepen en scholen op aanvraag geopend

Het Archeologiehuis is rolstoelvriendelijk.

Voor een afspraak in Het Archeologiehuis:

Telefoon: 06-11798901 
E-mail  archeologie@almere.nl 

Het Archeologiehuis Gemeente Almere
Baltimoreplein 112
1334 KA Almere Buiten

Routebeschrijving 

Auto

Vanaf de A6: 

  • Volg afslag 6 Almere Buiten West, rij verder op de s104, Tussenring.
  • Aan het eind links afslaan en de rotonde oprijden. Eerste afslag nemen.
  • Bij verkeerslichten rechts afslaan naar Buitenhoutse dreef.
  • Op Buitenhoutse dreef de rotonde oprijden en tweede afslag nemen.
  • Bij tweede rotonde op de Buitenhoutse dreef de tweede afslag nemen.
  • Bij de derde rotonde op de Buitenhoutse dreef, de tweede afslag nemen richting Koppeldreef. Op de Koppeldreef onder het spoor door en dan rechtsaf, de Kalenderweg op, na de eerste kruising rechtsafslaan de Straat van Florida op. Daar zijn twee parkeergarages te vinden. 

Trein

Station Almere Buiten. Ga richting Doemere. Het is het eerste gebouw aan uw linkerhand. Naast de Nieuwe Bibliotheek.

 

 

Archeologie en Almere

Almere en archeologie? Ja! Ook in de bodem onder deze jonge stad is veel te beleven. We hebben opgravingen, monumentenzorg, scheeps- en vliegtuigwrakken en archeologische activiteiten voor jong en oud.

Archeologen hebben op zo’n zestig locaties sporen gevonden van prehistorische bewoning. Voor het merendeel afkomstig uit de Steentijd, onder meer van jagers en verzamelaars langs de rivier de Eem, zo’n 9.000 jaar voor Christus.
Daarnaast vinden we in de drooggelegde zeebodem veel scheepswrakken, van de late Middeleeuwen tot het begin van de twintigste eeuw. Ruim 25 onderzochte scheepswrakken herinneren aan de tijd dat dit gebied nog Zuiderzee was.

Alleen door precies de plek te registreren waar voorwerpen gevonden worden, kunnen archeologen er wetenschappelijk achterkomen wat het is, uit welke tijd en waar het voor diende. Een soort Crime Scene Investigation dus: het kleinste detail is van belang, zelfs een minimale verkleuring in de grond.

Heeft u een archeologische vondst gedaan? Dan kunt u die melden bij het Archismeldpunt van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Gebruik hiervoor het Vondstmeldingsformulier.

Meer informatie hierover vindt u bij de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed:  www.cultureelerfgoed.nl

Op een historische luchtfoto kunt u zien hoe het was: http://historische-luchtfoto.flevoland.nl/

Naar boven

Visie en toolbox inrichting steentijdvindplaatsen

In samenwerking met DaF-architecten en de gemeentelijke afdeling Stedenbouw & Verkeer heeft Bureau Archeologie en Monumentenzorg een inspiratiedocument voor het inrichten van steentijdvindplaatsen ontwikkeld. De toolbox kan gebruikt worden ter inspiratie voor inrichting, visualisatie en gebruik van steentijdvindplaatsen. Bekijk het document hier.

Archeologisch onderzoek en omgevingsvergunning

Als er huizen worden gebouwd op een plek met mogelijk archeologisch interessante vondsten, gaan we de locatie onderzoeken. Meestal doen archeologen eerst een booronderzoek. Indien nodig volgt een proefsleuvenonderzoek. Als blijkt dat de archeologische vindplaats van hoge kwaliteit is, dan willen we deze liefst in de bodem behouden.

Omgevingsvergunning

Heeft u een omgevingsvergunning nodig vanwege de archeologie? Hieronder kunt u het Programma van Eisen voor de booronderzoeken en de aanlevereisen voor de bijbehorende rapportages downloaden.

Programma van Eisen (PvE)
Aanlevereisen aanvraag omgevingsvergunning
BAM-module MS-access database

Booronderzoek

Het onderzoek begint met een mechanisch booronderzoek (Inventariserend Veldonderzoek (IVO). Daarmee brengen we het oude landschap uit de midden- en nieuwe steentijd in kaart. Daarna zeven we grondmonsters uit de boringen en zoeken naar bijvoorbeeld vuursteensplinters en houtskool. Vervolgens bepalen we de exacte ligging en de grenzen van de archeologische resten. Na het veldwerk toetst de stadsarcheoloog de resultaten van het booronderzoek aan het gemeentelijk beleid en beoordeelt of de vindplaats het behouden waard is. Zo niet, dan zijn er geen archeologische belemmeringen om de ruimtelijke plannen uit te voeren. Zo ja, dan kan een vervolgonderzoek nodig zijn.

Proefsleuvenonderzoek

Het vervolgonderzoek bestaat meestal uit het graven van één of meerdere proefsleuven om een definitief antwoord te geven over de archeologische waarde van het terrein. Een kleine opgraving dus. In Almere liggen veel archeologische vindplaatsen erg diep onder de grond; een proefsleuvenonderzoek is daarom zelden een geschikte onderzoeksmethode. Na het onderzoek besluit de stadsarcheoloog opnieuw over de noodzaak van een eventueel vervolg.

Bewaren van (steentijd)vindplaatsen

Vindplaatsen blijven het best bewaard in de bodem. De resten blijven beter geconserveerd als ze afgesloten zijn van de lucht. Omdat vindplaatsen in Almere in vergelijking met veel andere gemeenten in Nederland zo diep liggen, brengen graafactiviteiten tijdens bouwprojecten hier weinig schade toe aan archeologische resten. Inpassing in het landschap is in Almere vrijwel altijd haalbaar, zodat de vindplaatsen rustig kunnen blijven liggen. Zo kunnen ze eventueel later opnieuw worden onderzocht. Sommige plekken zijn herkenbaar aan een 'erfgoedmarker'.

Dateringsmethoden

Archeologen hebben verschillende methoden om te bepalen hoe oud een vondst is. Zoals dendrochronologie, datering op basis van de jaarringen in hout, en de C14-methode, waarbij de hoeveelheid koolstof in het materiaal wordt gemeten.

Naar boven

Wetgeving bij archeologisch onderzoek

Er geldt een onderzoeksplicht voor archeologie in Almere; het Almeerse beleid verplicht archeologisch onderzoek in de selectiegebieden die zijn aangegeven op de Archeologische Beleidskaart Almere. Hoe dit onderzoek moet plaatsvinden, is vastgelegd in de Beleidsnota Archeologische Monumentenzorg 2016.

Bij de gemeentelijke beleidsnota (uit 2016) zit een beleidskaart waarop staat welke gebieden een (mogelijk) archeologische waarde hebben. Heeft u bouwplannen, dan kunt u bij de aanvraag van een ontheffing of vergunning te maken krijgen met archeologische voorwaarden.

Onderzoek nodig bij archeologische waarde

Als het gaat om ruimtelijke plannen in een zone waar een onderzoeksplicht geldt, moet u voor de vergunningaanvraag een archeologisch vooronderzoek laten uitvoeren. De aanvrager van de omgevingsvergunning is dan de opdrachtgever voor het archeologisch onderzoek. Als tijdens onderzoek een archeologische vindplaats wordt ontdekt, kan de gemeente bij het verlenen van de vergunning nadere voorwaarden stellen over hoe er met de vindplaats moet worden omgegaan.

Vergunning onder voorwaarden

Als het gaat om plannen in een zone waar al een behoudenswaardige archeologische vindplaats is vastgesteld, is archeologisch onderzoek voor de vergunningaanvraag niet nodig. In dit geval verleent de gemeente alleen onder voorwaarden een vergunning. Als de voorwaarde het uitvoeren van een nader archeologisch onderzoek is, is de aanvrager ook opdrachtgever voor het onderzoek.

Programma van Eisen (PvE) voor de opdrachtgever

Wanneer u een archeologisch (voor)onderzoek laat uitvoeren, kunt u daarvoor een standaard Programma van Eisen (PvE) downloaden. Dit standaard PvE gaat over de onderzoeksstrategie en –methode en de archeologisch inhoudelijke eisen, bijvoorbeeld hoeveel grondboringen gedaan moeten worden, met welke soort boor en hoe de resultaten van het onderzoek moeten worden beschreven.

Programma van Eisen (PvE)

Plan van Aanpak

De opdrachtgever kan het model-PvE gebruiken om bij erkende archeologisch bedrijven (zie de website van het SIBK) een offerte op te vragen voor het veldwerk. Bureau Archeologie en Monumentenzorg kan u advies geven bij de beoordeling van de offertes. Het bedrijf dat het onderzoek gaat uitvoeren, doet dit volgens het Programma van Eisen (PvE). De stadsarcheoloog of de beleidsadviseur archeologie moet dat PvE goedkeuren. Daarbij toetst hij onder meer op de aansluiting bij het gemeentelijke beleid en uitvoering volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).

Bescherming en inrichting van vindplaatsen

Gaat het om een behoudenswaardige archeologische vindplaats, dan zijn er voorwaarden verbonden aan de vergunning. We willen vondsten zoveel mogelijk in de grond bewaren en maken een inrichtingsplan in overleg met de stadsarcheoloog. De vindplaats moet wel toegankelijk blijven of worden gemaakt voor publiek. Zowel voor onderzoek in de toekomst als voor de bewoners van Almere. Er zijn ook technische voorwaarden, zoals het grondwaterpeil.

(Delen van) archeologische vindplaatsen die we willen behouden, maar die niet zijn in te passen, moeten in principe worden opgegraven. De kosten voor het archeologisch onderzoek en de eventuele inrichting van een vindplaats zijn voor de verstoorder.

 

 

Naar boven

Archeologie op school

Er zijn speciale lespakketten die docenten kunnen gebruiken voor lessen op school. De lespakketten gaan over archeologie, omgevingsonderwijs, geschiedenis en aardrijkskunde.

Basisonderwijs

Via het Eksternest van de Stichting Stad en Natuur zijn leskisten over scheepsarcheologie te leen voor leerlingen van groep 7/8. Voor groep 5/6 is er een speciale les over Leven in de Steentijd met activiteiten op het Eksternest.
Meer informatie vindt u op de website www.stadennatuur.nl.

Voortgezet onderwijs

Ook voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs zijn er leskisten en lesmateriaal. U kunt de lessen afnemen via de educatieve dienst van de Nieuwe Bibliotheek Almere: www.denieuwebibliotheek.nl.

Maatwerk op aanvraag

Heeft u een archeologieproject in gedachten of zoekt u een les op locatie voor uw klas met specifieke leerdoelen of leerkenmerken? Wij maken in overleg met u graag een programma op maat. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Bureau Archeologie en Monumentenzorg via 14 036.

Naar boven

Scheepswrakken

De scheepswrakken zijn van de laatste 500 jaar, toen Almere Zuiderzee was.
Soms zijn de overblijfselen nog te combineren met historische details over de schipper, de bemanning of zijn familie. Er voeren en vergingen vrachtschepen, vissersboten, modderschouwen en handelsschepen op de Zuiderzee. De IJsselmeerpolders vormen een uniek scheepskerkhof in West-Europa. Want nergens anders is zo'n grote concentratie scheepswrakken uit zo'n lang tijdsbestek in zo’n goede conditie op het land te bestuderen.

Opgeruimd staat netjes?

Het bewaren van scheepswrakken was niet altijd vanzelfsprekend. Veel wrakken in Flevoland zijn direct na de inpoldering opgegraven. Slechts een kwart van het bekende aantal schepen is in de bodem bewaard gebleven. Alle andere (ruim 300) zijn, al dan niet na onderzoek, geruimd. Pas sinds de jaren 80 is het beleid meer gericht op behoud van archeologische waarden. In plaats van volledig opgraven is ervoor gekozen de scheepswrakken ter plaatse te behouden - voor eventueel toekomstig onderzoek.

Een heuvel in het landschap

Een scheepswrak dat op het droge ligt, vergaat snel. Een wrak blijft het beste bewaard door het ter plaatse nat te houden, bijvoorbeeld door het onder de grondwaterspiegel ‘in te kuilen’. Aan de buitenkant is daarna hooguit een kleine heuvel te zien, vlak langs een weg of fietspad. Sommige vindplaatsen zijn gemarkeerd met een kunstwerk.
U kunt overigens ook een scheepswrak bovengronds bekijken: bij het Nieuw Land Erfgoedcentrum in Lelystad staat een opgegraven scheepswrak van een ventjager uit circa 1710 tentoongesteld.

Kerkhof

Een aantal wrakken verhuisde naar het scheepswrakkerkhof (buitendepot) nabij de Nijkerkerbrug in Zeewolde, omdat ze niet op de vindplaats konden worden geconserveerd. Op dit ‘kerkhof’ is de waterstand hoog genoeg en blijft het hout van de wrakken nat, zodat er geen zuurstof bij kan komen en rotting van het hout zoveel mogelijk wordt vertraagd. Hier ligt de inmiddels beroemde kogge uit Almere Stad, samen met zes andere waardevolle wrakken.

Naar boven

Vliegtuigwrakken

Uit de laatste helft van de vorige eeuw stammen de vliegtuigwrakken die we hier vinden. Allemaal militaire vliegtuigen uit de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) en de Koude Oorlog (1943-1992). Voornamelijk van geallieerde zijde, maar er zijn ook een paar Duitse vliegtuigwrakken bij. Bureau Archeologie en Monumentenzorg brengt de wrakken in kaart en is lid van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland (AWN). Zij ondersteunt de Werkgroep ‘Ongeland’. 

Berging

Alle vliegtuigwrakken binnen de dijken zijn geruimd door de Bergingsdienst van Defensie. Binnen de grenzen van de gemeente Almere lagen er vijf. In sommige gevallen zijn alleen delen geruimd. De buitendijks gelegen vliegtuigwrakken liggen waarschijnlijk nog op de plek waar ze zijn neergestort. Vermoedelijk liggen er nog zeker vijf vliegtuigwrakken in het Almeerse deel van het Gooi- en IJmeer. Soms zijn de tastbare overblijfselen te combineren met historische details over de piloot, de bemanning of hun familie.

Archeologische interesse

Lange tijd was er vanuit de archeologie geen interesse in vliegtuigwrakken, omdat zij ‘jonger’ waren dan 50 jaar. Objecten moeten minimaal zo oud zijn, anders zijn ze geen monument volgens de Monumentenwet 1988.
Dat veranderde na de oprichting van het Platform Bodemonderzoek van de Tweede Wereldoorlog in 2009. Nu worden ook archeologen ingezet bij bergingen van vliegtuigwrakken omdat de conditie van wrakdelen snel verslechterd. Bovendien zijn soms nog bemanningsleden en/of ooggetuigen in leven. 

Besluit ruimtelijke ordening

Archeologisch onderzoek aan wraklocaties is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) per 1 januari 2012. Vanaf dat moment moet in bestemmingsplannen een paragraaf opgenomen waarin staat hoe met cultuurhistorisch waardevolle zaken is en/of wordt omgegaan. Meer daarover vindt u in de Nationale Onderzoeksagenda Archeologie: http://www.noaa.nl/ 

‘Ongeland’

‘Ongeland’ is een project van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland (AWN) en gaat over bemanningsleden van vliegtuigen die niet zijn thuisgekomen. In mei 2011 werden door de Stichting 4 mei Herdenking voor het eerst bordjes geplaatst op plekken waar vliegtuigen zijn neergestort in de polder. Met ‘Ongeland’ willen we ook de jeugd betrekken bij dit stukje geschiedenis.

• Typen Vliegtuigen
• Vindplaatsen vliegtuigwrakken
• Vliegtuigwrakken ontdekken

Naar boven

Steentijd in de polder

Aan het eind van de laatste ijstijd is Almere een kaal en koud toendralandschap, zoals Lapland in het noorden van Zweden nu. Het licht glooiende terrein is bedekt met mossen en lage struikjes waar grote kudden rendieren grazen.

9000 voor Christus

Het klimaat begint langzaam warmer te worden. Er komen hogere struiken en bosjes. Kleine stroompjes monden uit in de rivier de Eem die in westelijke richting naar zee stroomt. De oude steentijd (Paleolithicum) komt ten einde. Rondtrekkende jagersvolken bewonen het toendralandschap; zij leven voornamelijk van de rendierjacht. In kleine groepjes verblijven ze in tijdelijke kampementen.

5000 voor Christus

Het klimaat warmt verder op en de zeespiegel is aanzienlijk gestegen door de gesmolten ijsmassa. Het water van de rivieren kan nu minder makkelijk wegstromen en er ontstaan veenmoerassen. De kweldergebieden lopen alleen bij de hoogste vloedstanden onder water. Het warmere klimaat zorgt voor gevarieerder dieren- en plantenleven. Zo komen hier elanden, edelherten en oerrunderen voor en is er op de hoger gelegen delen gemengd loofbos ontstaan.

Tussen 9000 en 4800 voor Christus

In de middensteentijd (Mesolithicum) verdwijnen de rendierkudden. Dankzij het minder extreme klimaat kunnen de mensen langer op één plek blijven wonen en leven van vissen, jagen en vruchten verzamelen. Het seizoen bepaalt welke plek ze bewonen, al zijn vooral de hoger gelegen landsdelen (de dekzandruggen) geschikt.

Na 4800 voor Christus

De nieuwe steentijd (Neolithicum) begint. De mensen in 'Almere' leven van visvangst, wildjacht en het verzamelen van vruchten, zaden en noten. Voor het eerst is er ook sprake van landbouw. Dat betekent dat een deel van de mensen in grotere groepen bij elkaar kan wonen op vrijwel permanente locaties: een voorwaarde wanneer je gewassen gaat verbouwen. Deze ‘boeren’ wonen in betere huizen en houden op kleine schaal vee.

Naar boven

Almere en het water

Zo'n 10.000 jaar geleden, aan het einde van de laatste ijstijd, staat de zeespiegel vele tientallen meters lager dan nu. Grote delen van de Noordzee staan droog; je kunt van Engeland naar Denemarken of IJsland lopen. Nadat het ijs zich naar het noorden heeft teruggetrokken, blijft er zand achter. Het is een soort poolwoestijn, waarin het zand verwaait tot duinen en zandruggen: een landschap zoals de hoge Veluwe. Met talrijke beekjes en grote rivieren, zoals de rivier de Eem, die stroomt door waar nu Almere Buiten en Hout liggen.

Kreken en rivieren

Rond 3500 voor Christus, tijdens de nieuwe steentijd, dringt de zee steeds dieper het land binnen. Almere verandert in een moerasgebied met getijden. Ideaal voor vogels, vissen en klein wild, maar minder geschikt voor mensen.

Veenmoeras

Rond 1700 voor Christus neemt de invloed van de zee af. Almere is dan vooral een uitgestrekt veenmoeras met een aantal grote meren. Wonen in dit hoogveengebied is onmogelijk geworden; sporen van mensen zijn niet meer te vinden.

Grote meren

Rond 100 voor Christus is de invloed van de zee nog verder afgenomen. De meren zijn echter gegroeid. In het jaar 44 maakt de Romeinse geschiedschrijver Pomponius melding van een 'Mare Flevum' (Flevozee). Er moet zich toen dus een groot meer op deze plek hebben bevonden.

Aelmere

Rond 850 na Christus krijgt het grote meer een brede noordelijke verbinding met de zee. De herkomst van de naam van het meer, 'Aelmere', is nog altijd omstreden. In een reisbeschrijving van Bonifatius steekt deze missionaris het ‘Aelmere’ naar Friesland over. Sommige taalkundigen verklaren dit als ‘meer (mere) met paling’ (âl). Anderen beschouwen het woord ‘al’ als de Germaanse vertaling van ‘groot’: groot meer.

Zuiderzee

Rond 1350 is het grondgebied van Flevoland vrijwel geheel onder het wateroppervlak van de Zuiderzee verdwenen. Dijken beschermen een groot deel van het omringende land tegen het water, dat in open verbinding staat met de Waddenzee. Aangezien de binnenzee druk bevaren wordt en het er nogal kan spoken, vergaan hier regelmatig schepen. Ze komen terecht op de zeebodem, die later werd drooggelegd.

Naar boven

Abonneer u op onze e-mailnieuwsbrief

Had u eerder al aangemeld? Dan kunt u hier afmelden of uw gegevens wijzigen.

Wat vindt u van onze website?