2022

Dienstreis naar Groot Brittannië: Newcastle, Edinburgh

Deelnemer(s) namens college: H.I. van Garderen en 2 meereizende ambtenaren

Vertrekdatum en duur van de reis: 20 maart – 23 maart 2022 / 4 dagen

20 maart

Het reisgezelschap vertrekt van Schiphol en bestaat naast bovenstaanden ook uit de voorzitter van de Raad van Toezicht van het kunstmuseum in oprichting, de gedeputeerde van de provincie Flevoland en de reisbegeleider van Efasai, verantwoordelijk voor de organisatie van de reis en gesprekken.

Aangekomen in Newcastle volgt een wandeling door de stad met toelichting van de reisbegeleider. ’s Avonds vindt een diner plaats met genodigden van diverse gremia, waaronder de directeur van Tyne and Wear Museums en de wethouder cultuur van Newcastle. Dit diner is bedoeld als kennismaking, de volgende dag, 21 maart, vinden er gesprekken plaats met de diverse personen. 

21 maart

De dag start met een bezoek aan de Laing art gallery, onderdeel van Tyne and Wear museums. De directeur, Keith Merrin, vertelt  over de musea die onder het Tyne and Wear museum vallen. Het betreffen 9 musea/instellingen, variërend van kunst tot archieven.  Deze ontvangen 40% van hun inkosten van lokale overheden, 40% van de nationale overheid en 20% verdienen ze zelf. Alle musea zijn gratis te bezoeken, met uitzondering van speciale tentoonstellingen. Er is een belangrijke samenwerking met de universiteiten in de regio, de collecties zijn deels eigendom van de universiteiten en deze worden ook gebruikt voor research.

Verder werken de musea veel samen in het sociale domein, bijvoorbeeld met verzorgingstehuizen. De samenwerking met universiteiten zorgt ervoor dat deze activiteiten direct kunnen worden onderzocht op effecten. Zo helpen de musea en de universiteiten elkaar, de musea kunnen onderzoek bij een groot publiek brengen en de universiteiten kunnen de effecten van de museale activiteiten onderzoeken.

Er is ook veel samenwerking met andere musea, specifiek op bruiklenen. Dit levert echter geen geld op maar kost vooral geld. Ook worden er af en toe tentoonstellingen ingekocht, maar deze worden altijd aangepast aan de lokale context. De musea bereiden momenteel een strategische visie voor waarin veel aandacht komt voor de maatschappelijke problematiek. Daarnaast wordt er nadrukkelijk ingezet op lokaal draagvlak en wordt er continu onderzocht wat de maatschappelijke én economische rendementen zijn van de activiteiten.

Na dit gesprek schuift John Walker aan, Enterprise Manager van het Tyne and Wear museum. Deze vertelt een en ander over de financiële kant van de musea. Het geld wordt verdiend met diverse pijlers: evenementen, toegangskaartjes, educatie, horeca, winkels en verhuur. In 2018 hebben de musea de Trading Company opgezet, dat zich volledig richt op het verdienvermogen van de musea. De musea zijn nog niet verzelfstandigd, dit betekent dat de medewerkers allen ambtenaren zijn. De Trading Company heeft zijn eigen medewerkers, die daardoor goedkoper zijn.

Hierdoor is de uitgangspositie ten opzichte van concurrerende partijen gunstiger. De musea en de Trading Company zijn communicerende vaten, de opbrengst van de Trading Company wordt gebruikt voor een nieuwe tentoonstelling.

De afgelopen jaren in de Covidperiode waren zeer zwaar, daar komt bij dat de horeca die extern was georganiseerd failliet is gegaan. Sinds oktober 2021 is de horeca in eigen beheer genomen. Voordeel hiervan is dat er meer invloed is op de diversiteit van het aanbod en dat het potentieel in grote mate kan bijdragen aan het verdienvermogen.

Na deze gesprekken is het gezelschap richting het Great North Museum gegaan voor een toelichting daar en een gemeenschappelijke netwerklunch. Ook het Great North Museum is onderdeel van de Tyne and Wear Museums. In dit gesprek is vooral ingegaan op publieksbenadering en informatie. Doordat de toegang gratis is, is het lastig publieksdata te genereren. Dit wordt opgelost met bezoekersenquêtes, liefst face to face. Verder wordt er veel onderzoek gedaan naar de potentiële bezoeker en hoe die het beste te bereiken. Er is een apart team ingericht voor “Culture, Health and Community”. Er wordt veel data gebruikt van de gezondheidszorg en overheden om zo goed mogelijk aan te sluiten bij specifieke doelgroepen zoals bijvoorbeeld ouderen. Maatschappelijke relevantie is van groot belang voor de musea. De musea ontwikkelen programma’s voor bijvoorbeeld de verslavingszorg of de ouderenzorg. De collectie wordt veelal ingezet als middel, niet als doel op zich.

Na het gesprek is er een netwerklunch en een bezoek aan het museum, waarna het gezelschap vertrekt richting het hotel en vervolgens de trein richting Edinburgh en overnachting daar.

22 maart

De dag start met een bezoek aan de National Galleries of Scotland en een gesprek met de directeur, John Leighton. De musea trekken gezamenlijk 2,5 miljoen bezoekers per jaar, waarvan 50% internationaal en toerist en 50% lokaal en nationaal. Tijdens het Edinburg Festival trekken de musea twee keer zoveel bezoekers als normaal. Ook hier is toegang gratis, met uitzondering van speciale tentoonstellingen. 
Een 75% van de inkomsten komen vanuit de Schotse overheid. De rest van de inkomsten komt van horeca, winkel en sponsoren zoals de loterij. Door globalisering is het verkrijgen van lokaal draagvlak steeds belangrijker geworden. De intrinsieke waarde is niet langer voldoende, juist de sociale en economische waarde van de musea is van belang. Kunstenaars kunnen fungeren als kanarie in de mijn, zij hebben de voelsprieten om nieuwe belangrijke thema’s te agenderen, zoals klimaat of de Black Lives Matter beweging. De musea hebben een outreach programma waarin wordt gewerkt met jongeren en aandacht wordt gegeven aan specifieke thema’s als werkloosheid of drugs. Dit zijn langdurige trajecten met kleine groepen, er wordt veel tijd in gestoken. Culture and Wellbeing is ook een belangrijk thema de laatste jaren, zeker in het kader van preventie. Zo is er aandacht voor eenzaamheid, maar wordt er ook samengewerkt met bijvoorbeeld kankerverenigingen.

Na dit gesprek is er kort tijd voor een bezoek aan het museum, daarna vertrekt het gezelschap naar The Collective, een kunstenaarsinitiatief in een monumentaal pand. Daar wordt ingegaan op het ontstaan van dit initiatief. De historische plek stond leeg en was verloederd, het was voor de gemeente van belang dat de plek weer toegankelijk werd gemaakt. The Collective nam het op zich om daar een voorstel voor te maken en er een presentatie instelling te ontwikkelen. Deze instelling ontvangt subsidie van Creative Scotland, niet van de lokale overheid. Daarnaast ontvangt het inkomsten uit de horeca, verhuur en de winkel. Ook hier is de toegang gratis.
Er wordt veel samengewerkt met maatschappelijke instellingen, zoals de voedselbank. Verder worden er kunst opdrachten verstrekt die altijd gelinkt zijn aan maatschappelijke thema’s. Door de historische plek trekt de kunstinstelling ander publiek, publiek dat misschien anders niet naar een dergelijke instelling was gegaan.

Na dit gesprek vertrekt het gezelschap voor lunch naar het centrum naar Edinburgh en daarna naar het Edinburgh Art Centre. Daar vindt eerst een gesprek plaats met James Mc Veigh, directeur van het Edinburgh Festival. Dit festival is zeer actief met het verzamelen van data over impact. Deze data helpen om de verschillende verhalen te kunnen vertellen aan verschillende stakeholders. Zo hebben de data over de bezoekersaantallen Visit Scotland ertoe aangezet promotie in te zetten voor de festivals. Door de waarde van het festival onderbouwd te kunnen kwantificeren ontstaat er een sterker verhaal naar relevante stakeholders. Voor de data wordt samengewerkt met de universiteit. Naast data is het van belang ook relevante verhalen en quotes in beeld te krijgen om het verhaal te versterken. Verder worden er focusgroepen ingezet om de vraag in beeld te krijgen. Dit alles ten behoeve van het draagvlak voor het festival.

Na dit gesprek vindt er nog een gesprek plaats met Joan Parr, directeur van de afdeling Cultuur en Welzijn bij de gemeente Edinburgh en de diversiteitsmedewerker. Binnen de gemeente wordt er veel waarde gehecht aan de waarde van cultuur voor de gemeenschap. Ook is er speciale aandacht voor de diversiteit. Zo wordt er ingezet op een fonds gericht op bevordering van diversiteit, ontwikkelprogramma’s, showcases en co-design. 2,3% van het gemeentelijk budget is bestemd voor cultuur.

Vanuit alle gesprekken is er documentatie meegegeven en zijn de presentaties doorgestuurd. Deze kunnen worden gebruikt bij de opstelling van de businesscase.

23 maart

Er is tijd om diverse musea te bezoeken, waarna men vertrekt naar het vliegveld voor de vlucht naar Schiphol.

Dienstreis naar Duitsland: Düsseldorf

Deelnemer namens het college: wethouder Veeningen
Vertrekdatum en duur van de reis: donderdag 13 en vrijdag 14 oktober 2022 / 2 dagen

Aanleiding en doel reis

Dit is een jaarlijkse reis, die BZK, de G40 en de Neprom ieder jaar organiseren. Wethouder Veeningen is uitgenodigd voor deze reis als voorzitter van de fysieke pijler. Deelnemers zijn wethouders (en enkele directeuren) gebiedsontwikkeling uit de G40, de ambtelijke top van BZK voor wonen, RO, Novi en dergelijke en directeuren/bestuurders van bedrijven die Nepromlid zijn.

De reis is bedoeld voor inspiratie. Er wordt ieder jaar één of meerdere steden bezocht daar worden grote gebiedsontwikkelingen, lopend of afgerond, bezocht. Daar wordt gesproken met sleutelfiguren uit die projecten. Daarnaast is de reis bedoeld om elkaar beter te leren kennen als overheden en marktpartijen en zo de samenwerking te verbeteren en om te netwerken. Ook is er altijd een inhoudelijk dagdeel om te discussiëren over actuele ontwikkelingen. BZK vertelt daar bijvoorbeeld over de nieuwste plannen van het rijk.

Reiskosten (vervoer en hotel): € 900