Direct naar paginainhoud

Rioolaansluiting en/of in- en uitrit aanvragen

In Almere zijn er diverse voorwaarden en regels waaraan een rioolaansluiting of een in- uitrit moet voldoen. Lees de voorwaarden voordat je de aanvraag indient.

Het aanvragen van een rioolaansluiting en in-uitrit doe je digitaal. Beide aanvragen staan in 1 formulier. De beslistermijn om de aanvraag te beoordelen en voorbereiden is 6 weken. Dit is exclusief de reactietijd van de aanvrager.

Maak in de aanvraag een keuze tussen nieuwbouw of bestaand gebied.

Kies voor nieuwbouw als het adres valt onder:

  • Almere Buiten: Stripheldenbuurt
  • Almere Haven: Overgooi, de Laren, Stichtsekant
  • Almere Hout: Vogelhorst, Nobelhorst
  • Almere Poort
  • Losse percelen op bedrijventerreinen

Kies voor bestaande bouw als het adres valt onder andere stadsdelen en wijken
 

Aanvraag rioolaansluiting en/of in- uitrit

 

Voorwaarden aanleggen riolering in en om gebouwen

Algemeen

  1. Bij een aanvraag in nieuwbouwgebied moet je de aanvraag op tijd indienen. Zo kunnen we de rioolaansluitleidingen in openbaar gebied eerder aanbrengen dan de kabels en leidingen van nutsbedrijven. Dit is noodzakelijk voor het aanleggen van de rioolaansluitleidingen met het gewenste afschot.
  2. We sluiten het riool pas aan als de woning wind- en waterdicht is en als alle obstakels (steigers, etc.) op eigen terrein zijn verwijderd.
  3. Riolering moet voldoen aan de bouwvoorschriften, onder andere NEN 3215: "binnen-riolering in woningen en woongebouwen" en NTR 3216: "richtlijn voor ontwerp en uitvoering".
  4. In bijzondere situaties of bij niet-traditionele bouwwijzen kan het nodig zijn van onderstaande regels af te wijken.
  5. Voor woningen/bedrijven - met name agrarische bedrijven - in het buitengebied, die niet zijn aangesloten op de riolering, is voor het lozen van afvalwater op oppervlaktewater een vergunning noodzakelijk van het Waterschap. Dit geldt ook voor het lozen van bronneringswater op oppervlaktewater. Je kunt hiervoor contact opnemen met dhr. Kroon van de afdeling vergunningverlening van het waterschap Zuiderzeeland, telefoon 0320 274 838.

Vuilwaterafvoer

  1. Omdat de grond in Almere sterk inklinkt, hangen de grondleidingen voor de vuilwaterafvoer onder het gebouw aan de funderingsbalken en/of de vloeren. Met een polderexpansiestuk koppelen we ze aan de buitenleidingen.
  2. Omdat de bodem in Almere relatief zout is, wordt metaal aangetast. Daarom moeten grondleidingen, die in het zand of in de grond komen te liggen (bijvoorbeeld in het zandtalud tegen de binnenkant funderingsbalk), altijd worden opgehangen met gewapend kunststofband.
  3. Overige ophangmaterialen van de riolering zijn van kunststof of roestvaststaal. Bij alternatieven is het uitgangspunt dat deze ophangmaterialen minimaal 50 jaar mee kunnen gaan.
  4. Bij vrijhangende leidingen is de hart-op-hart-afstand van de ophangpunten maximaal 10x de buisdiameter met een maximum van 1,5 m. Bij geringe grondbelasting op de leiding (maximaal 0,2 meter) is de hart-op-hart-afstand van de ophangpunten 7x de buisdiameter met een maximum van 1 meter.
  5. Bij riolering onder vloeren zonder kruipruimte hangt de grondleiding zo hoog mogelijk. De hart-op-hart-afstand voor de ophangpunten is 4 à 5x de buisdiameter met een maximum van 0,7 meter.
  6. Het polder expansiestuk moet horizontaal onder de funderingsrandbalk aangebracht worden en opgehangen met een dubbele strop gewapend kunststofband. Die moet in de kruipruimte goed vastgemaakt worden aan de bovenkant van de funderingsbalk met pluggen en roestvaststalen schroeven en volgringen.
  7. Bij de aansluiting van een kleine op een grote leidingdiameter moet de kleine diameter altijd hoog aangesloten worden op de grote diameter.
  8. De aansluiting van de standleiding op de verzamelleiding of grondleiding moet met twee bochtstukken van 45º en daartussen een recht deel van tenminste 250 mm.
  9. De grondleiding na het polder expansiestuk tot de erfgrens moet in de kleur bruin (RAL 8023).
  10. Standleidingen moeten doorgetrokken worden tot boven het dak als ontspanningsleiding met een diameter van minimaal 80% van de standleiding (standleiding ø 110 mm, dan de ontspanningsleiding ø 90 mm). De ontspanningsleiding aansluiten op een daarvoor bedoelde dakpan/ventilatiekap.
  11. Om hinder van stank te voorkomen moet de uitmonding van de ontspanningsleiding, gemeten langs de kortste route, zich ten minste 6.0 m bevinden van een buitenruimte (dakterras).
    De uitmonding nabij een deur, een beweegbaar raam of een gevelrooster moet zich 1,0 m boven het hoogste punt daarvan bevinden op een afstand van 3,0 m, gemeten langs de kortste route.
    De uitmonding in een dak dat grenst aan een hoger opgaande gevel, moet zich, gemeten langs de kortste route tenminste 6,0 m bevinden van een ventilatietoevoervoorziening of spuivoorziening (raam, luik of deur) in die gevel.
  12. Er mogen geen leidingen in de spouw van de gevels en/of in woningscheidende wanden aangebracht worden. Dit geldt ook voor de hemelwaterafvoer.
  13. Het particuliere deel van de rioolaansluitleiding moet op 0,5 meter voor de perceelsgrens komen met een binnen onderkant buis-hoogte van -1,10 meter ten opzichte van het afgegeven vloerpeil. De gemeente neemt op 0,5 meter voor de perceelsgrens de aansluiting over en legt eerst een ontstoppingsvoorziening aan op particulier grondgebied. Als de gevel van het aan te sluiten pand direct grenst aan gemeentelijk grondgebied, dan komt de ontstoppingsvoorziening binnen 0,5 meter vanaf de perceelsgrens.
  14. De DWA-rioolaansluitleiding van de begane grond bij een gebouw met meerdere woonlagen (meerdere adressen) moet een aparte rioolaansluitleiding krijgen op het openbaar hoofdriool. De bovenliggende verdiepingen mogen niet worden aangesloten op de rioolaansluitleiding van de beganegrondwoning. Bij verstopping is het risico op overlast op de begane grond daarmee zo beperkt mogelijk.
  15. Restaurants moeten een aparte rioolaansluitleiding op het openbaar hoofdriool krijgen.
  16. De standaard inwendige diameter van een rioolaansluitleiding moet rond 125 mm zijn. Een grotere maatvoering moet onderbouwd worden met een afvoerberekening.

Hemelwaterafvoer

  1. De grond in Almere klinkt sterk in. Hiermee moet je rekening houden en daarom gelden de volgende voorwaarden:
    • Grondleidingen voor hemelwater mogen niet worden opgehangen aan de funderingsbalken en/of de vloeren
    • In de standleiding, voor de afvoer van hemelwater, moet een verticaal schuifstuk met een schuifmogelijkheid van minimaal 500 mm worden aangebracht voordat deze aangesloten wordt op de grondleiding.
  2. Bij vrijstaande woningen moeten de grondleidingen altijd buitenom gelegd worden. Bij aaneengesloten woningen mag de grondleiding de woning passeren, onder de funderingsbalken door.
  3. Er mogen niet meer dan twee aaneengesloten woningen op een gezamenlijke hemelwaterafvoer worden aangesloten. De schuurtjes moeten worden aangesloten op de hemelwaterafvoer van de bijbehorende woningen.
  4. De grondleiding tot de erfgrens uitvoeren moet in de kleur grijs (RAL 7037).
  5. In de gemeenschappelijke achterpaden bij woningen moeten op de riolering aangesloten straatkolken aangebracht worden.
  6. De rioolaansluitleiding moet op de perceelsgrens komen met een binnen onderkant buis-hoogte van -1,10 meter ten opzichte van het afgegeven vloerpeil.
  7. De standaard inwendige diameter van een rioolaansluitleiding moet rond 125 mm zijn. Een grotere maatvoering moet onderbouwd worden met een afvoerberekening.

Bij 'oppervlakkige hemelwaterafvoer' zijn deels andere regels van toepassing. Zie het Handboek Zelfbouw of de gebiedsspecifieke bijlage.

Bepalingen en voorwaarden voor het maken van een inrit in bestaande bouw

Bestaande Stad (reeds ingericht gebied): eerste aanleg, verbreding of extra inrit.

Algemeen bestaande bouw

  1. De aanvraag dient uiterlijk zes weken voor de gewenste datum van realisatie volledig te zijn ingediend. Bij de aanvraag dient te zijn toegevoegd een duidelijke tekening of foto met daarop de situering van de woning en de maatvoering van de gewenste inrit(verbreding).
  2. De inrit aanvraag wordt getoetst aan het inrichtingsplan van het desbetreffende gebied. Een verzoek tot aanleg inrit of inritverbreding zal niet worden toegestaan als de aanleg of verbreding in strijd is met de inrichting van het openbaar gebied.
  3. Een verzoek voor een extra inrit wordt getoetst aan de uitgangspunten in het bestemmingsplan, het openbaar belang of de aanwezige voorzieningen.

Uitvoering bestaande bouw

  1. De op openbaar terrein te realiseren inrit(gedeel)ten worden uitgevoerd in bestratingselementen conform aanwezige gebruikte materialen (kwaliteit soort en kleur) in de straat.
  2. Afmeting en/of gebruik van andere dan aanwezige (verhardings)materialen van inritten behoeven de goedkeuring van de gemeente.

Onderhoud bestaande bouw

  1. Onderhoud aan de inritten op openbaar gebied, zal door of vanwege de gemeente plaatsvinden. Tussentijds (extra) onderhoud kan op verzoek worden uitgevoerd, zij het dat alle ermee gemoeid zijnde kosten voor rekening van de aanvrager zijn.

Kosten en betaling bestaande bouw

  1. Alle kosten voor de aanpassing van de openbare ruimte die nodig zijn voor de aanleg van de gewenste inrit zijn voor rekening van de aanvrager.
    Ter indicatie: De kosten voor het aanpassen van de verharding van de openbare ruimte bedraagt gemiddeld € 80 per m2 bij verharding van betonnen bestrating-elementen. De kosten voor het verplaatsen van een lichtmast, als dat mogelijk is, varieert tussen de  € 1.000 en € 2.000. Als een rioolkolk verplaatst moet worden, dan kost dit tussen de € 1.000 en € 2.000. Het verplaatsen van een lichtmast of een kolk zal in opdracht van de aanvrager door de gemeente worden uitgevoerd.
  2. Aan het indienen en behandelen van de aanvraag zijn geen kosten verbonden.

Weigeringsgronden bestaande bouw

  1. Als parkeren op eigen terrein niet is toegestaan in het bestemmingsplan van het desbetreffende gebied.
  2. Als er onvoldoende ruimte is op eigen terrein om te kunnen parkeren: minimaal 5 m lang en 2,5 m breed.
  3. Als de beschikbare vrije ruimte in het openbare gebied voor het aanleggen van de inrit niet minimaal 3,5 m breed is.
  4. Als de aanleg van de inrit ten koste gaat van een openbare parkeerplaats.
  5. Als er een verzamelpunt van afval (containers) verloren gaat en er geen goede alternatieve locaties in de directe nabijheid beschikbaar zijn.
  6. Als de verkeersveiligheid in het gedrang komt, bijvoorbeeld als de inrit: 
    • direct aansluit op een gebiedsontsluitingsweg/hoofdweg
    • te dicht ligt bij rotonde, bocht of splitsing van wegen (minimale afstand 5 m)
    • komt naast een voetgangers(fiets)oversteekplaats
    • komt tussen obstakels waardoor er bij het in- en uitrijden onvoldoende zicht is op overige verkeersdeelnemers
    • op een plaats komt waar verlichting of bebording staat die uit oogpunt van veilig gebruik van de weg niet kan worden verplaatst
  7. Ter bescherming van het openbaar groen:
    • Een gezonde boom wordt niet verwijderd voor een inrit
    • Naar oordeel van de gemeente schade aan de groeiplaats van een boom wordt toegebracht, de inrit komt te dicht bij een boom (wordt bepaald a.d.h.v. de Boommonitor)
    • De inrit reststukken haag (kleiner 5 m2) of reststukken groenvak (kleiner 5 m2) veroorzaakt
  8. Er op korte termijn groot onderhoud plaatsvindt van de straat/wijk.
  9. Als naar oordeel van de gemeente te sterk afbreuk wordt gedaan aan de (groene) ruimtelijke belevingswaarde van de desbetreffende straat.
  10. Als naar oordeel van de gemeente de aanleg van de inrit ten koste gaat van waardevol groen in het kader van de klimaat aanpassingsopgaven (dempen hitte en opvang regenwater).

Bepalingen en voorwaarden voor het maken van een inrit in nieuwbouw

Nieuwbouw: Stadsdeel Hout en Poort en nieuwbouwprojecten in andere stadsdelen. Eerste aanleg in combinatie met terreinafwerking straat/wijk voor woningbouw en particuliere en/of bedrijfskavels. 

Algemeen nieuwbouw

  1. De aanvraag dient uiterlijk zes weken voor de gewenste datum van realisatie volledig te zijn ingediend. Bij de aanvraag dient een overzichtstekening (schaal 1:200) met daarop de situering van de woning en de maatvoering van de gewenste inrit te zijn toegevoegd.
  2. Waar in het grondcontract met de gemeente overeengekomen, zal door en voor rekening van de gemeente een inrit, al dan niet gecombineerd met een voetpad, worden aangelegd vanaf de perceelgrens tot aan de verharde weg.
  3. De standaard verhardingsbreedte bij woonbestemmingen in Almere is 3,5 meter, voor een bredere inrit kunnen kosten in rekening worden gebracht, zie onder punt Kosten en betaling Nieuwbouw.
  4. Indien een bredere inrit wordt verlangd dan zal jouw aanvraag worden getoetst aan het inrichtingsplan en/of kavelpaspoort van het desbetreffende gebied. Een verzoek tot inritverbreding zal niet worden toegestaan als de verbreding in strijd is met de inrichting van het openbaar gebied.
  5. Indien meer inritten worden verlangd dan voorzien in het grondcontract dan worden deze door of vanwege de gemeente aangelegd voor rekening van de aanvrager voor zover dit niet strijdig is met de uitgangspunten in het bestemmingsplan, het openbaar belang of nog te realiseren voorzieningen.

Uitvoering nieuwbouw

  1. De op openbaar terrein te realiseren inrit(gedeel)ten worden uitgevoerd in bestratingselementen van beton, waarbij kwaliteit soort en kleur van de gebruikte materialen ter bepaling van de gemeente is.
  2. Plaats, afmeting en/of gebruik van andere dan de voorgestelde (verhardings)materialen van inritten behoeven de goedkeuring van de gemeente.
  3. De aanleghoogte ter plaatse van de perceelgrens wordt door de gemeente vastgesteld en dient door de aanvrager te worden opgevraagd bij de gemeente Almere, afdeling Gebiedsontwikkeling. Ingeval de hoogte van de op de inrit aansluitende verharding (eigen terrein) geheel of gedeeltelijk afwijkt van de vastgestelde aanleghoogte op het openbaar gebied (b.v. bij laadperrons op maaiveldniveau), dient het hoogteverschil overwonnen te worden op het uitgegeven terrein (inclusief eventueel noodzakelijke verticale afrondingsbogen). Op de bij het aanvraagformulier toe te voegen overzichtstekening dienen deze gegevens te zijn aangegeven.
  4. Op het moment dat met de realisatie van de inrit wordt gestart, dient het terrein vrij van obstakels te zijn. Indien het terrein niet vrij is van obstakels zal de inrit niet worden aangesloten. Je dient dan een nieuwe afspraak te maken met de toezichthouder van het gebied.

Onderhoud nieuwbouw

  1. Onderhoud aan de inritten op openbaar gebied, zal door of vanwege de gemeente plaatsvinden. Tussentijds (extra) onderhoud kan op verzoek worden uitgevoerd, zij het dat alle ermee gemoeid zijnde kosten voor rekening van de aanvrager zijn.

Kosten en betaling nieuwbouw

  1. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een extra of bredere inrit bedraagt € 77,55 per m2 bij verharding van betonnen bestrating-elementen. Bij afwijking van de gemeentelijke standaard zijn alle hier uit voortvloeiende meerkosten voor rekening van de aanvrager.
  2. De verschuldigde kosten en de betalingsvoorwaarden staan vermeld in de factuur.
  3. De kosten dienen ingevolge artikel 4 van de Retributie- en precarioverordening Almere binnen 14 dagen na dagtekening van de verzending van de betreffende nota te worden voldaan.

Tarieven rioolaansluitingen en in- en uitritten

Rioolaansluitingen nieuwbouw

Dit gaat over het op verzoek maken van aansluitingen op het rioolstelsel op plaatsen waar de definitieve verharding nog niet is aangebracht. Het tarief per aansluiting is:

  • Bij een buisdiameter van 125 mm: € 619,20 (in 2023 € 588,90)
  • Bij een buisdiameter van 160 mm: € 967,90 (in 2023 € 920,50)
  • Bij een buisdiameter van 200 mm: € 1.545,20 (in 2023 € 1.469,55)

Het tarief voor het op verzoek opheffen van een rioolaansluiting is € 619,20 (in 2023 € 588,90).

  • Bij het aansluiten op of opheffen van een buisdiameter groter dan 200 mm of
  • Bij aansluiting op het rioolstelsel op plaatsen waar de definitieve verharding wél is aangebracht:

brengen we wel kosten in rekening. Daarvoor sturen we je een begroting. We beginnen pas 5 werkdagen na het sturen van die begroting met de werkzaamheden.

In- en uitritten

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het aanleggen/wijzigen van een uitrit is per vierkante meter:

  • Vooruitlopend op of gelijktijdig met de terreinafwerking, voor elke vierkante meter boven de standaardbreedte voor de uitrit:  € 81,50 (in 2023 € 77,55).

In andere gevallen dan bedoeld onder de aan de aanleg verbonden kosten, blijkend uit een vooraf door of vanwege het college van burgemeester en wethouders opgestelde en overgelegde begroting van deze kosten. Met de werkzaamheden wordt niet eerder begonnen dan op de vijfde werkdag na de dag waarop de aanvrager over deze begroting is geïnformeerd.

Tarieven rioolaansluitingen bestaande bouw

Voor het maken van een rioolaansluitleiding in het bestaande gebied berekenen we de werkelijke kosten. Het tarief voor het op verzoek maken van aansluitingen op het rioolstelstel in een bestaand gebied is hoger dan voor een nieuwbouwgebied. Dit komt omdat we maatwerk leveren en we de verharding moeten herstellen. De kosten hangen af van de lengte van de aansluiting, het type verharding en de uren voor voorbereiding. 

Voor projectgebied Oosterwold gelden specifieke regels. Die kun je bij ons aanvragen als je een rioolaansluiting wilt.

Illustratie Almere skyline
Jouw mening