Welk verlies aan erfgoed zal in Almere een erfgoeddebat op gang brengen?

‘Behoud door ontwikkeling’ is een erfgoedbenadering die de gemeente Almere als leidraad voor haar erfgoedbeleid wil nemen. Dezelfde slogan was van 1999-2009 de motor onder het Belvedère-programma van de ministeries van OCW, Ruimtelijke Ordening, Landbouw, natuur en visserij en Verkeer en Waterstaat.

Dit ambitieuze stimuleringsprogramma voor kennis en ontwerp zocht manieren om bij gebiedsontwikkeling de cultuurhistorie te gebruiken voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De identiteit van de plek was een sleutelbegrip om ervoor te zorgen dat de landschappen, dorpen en steden niet te veel op elkaar gingen lijken.

Wie naar de verschillende gebiedsontwikkelingen in Almere van dit moment kijkt, heeft niet de indruk dat de vraag meespeelt welke identiteit daarbij versterkt moet worden. In het licht van die leidraad ‘behoud door ontwikkeling’ is dit opmerkelijk. Almere is haar adolescentiefase inmiddels voorbij en moet, net als veel oudere steden voor haar, nu ingrijpen in het bestaande stedelijk weefsel.

Sinds 2017 heeft Almere naast een welstandscommissie ook een erfgoedcommissie. In de afgelopen vier jaar is haar slechts twee keer om een advies gevraagd waarop nadrukkelijk een erfgoedstempel rustte. Hierbij ging het om een advies over de meest geschikte vorm van bescherming voor de Regenboogbuurt en over de monumentwaardigheid van het Politiebureau in Almere Haven.

Intussen is erfgoed een belangrijk thema in de welstandsvergaderingen. Niet zo gek, want belangrijke gebouwen (in Almere ‘Iconen’ genoemd) en gebieden uit het begin van de Almeerse stadsgeschiedenis zijn aan vernieuwing en vervanging toe. Denk bijvoorbeeld aan de havenkom van Almere Haven, de Roef aan de Markt, het Stationsplein, station Parkwijk, de woningbouw van D.C. Apon aan de Schoolstraat en niet in de laatste plaats het Beursgebouw aan de Wisselweg. Wat bij al die bouwaanvragen voor aanpassingen ontbreekt, is een verhaal (sommigen noemen dat een visie) waarbinnen die vernieuwing past en een kader biedt aan de welstandsbeoordeling.

Als behoud door ontwikkeling wordt nagestreefd, welke cultuurhistorische waarden en welke identiteit moeten daarbij dan als inspiratiebron dienen? Neem de havenkom van Almere Haven of het Stationsplein in Almere Stad. In de ontwerpen voor de Havenkom was het de commissie niet duidelijk hoe het karakter van Almere Haven als een moderne Zuiderzeestad daarbij als inspiratiebron diende. Wees de commissie naar Hoorn of Enkhuizen als referentie, dan was de opmerking dat eerder Blokzijl het voorbeeld is geweest. Toch lijkt de flaneerboulevard in het voorstel op ieder ander heringerichte haven en heeft niet de stoere aanblik van de Overijsselse haven.

Het is een hoopvol teken dat er nu een beeldkwaliteitsplan voor Almere Haven Centrum komt, maar dat is voor de Havenkom te laat. De transformatie van het Stationsplein gebeurt geruisloos, zonder enige idee welke ontwerpgedachten aan het ontwerp van deze stedelijke ruimte ten grondslag liggen. Daardoor dreigt het gevaar dat de bestaande stad en de nieuwe ingrepen weinig samenhang vertonen.

De gemeente Almere reageert op initiatieven van buitenaf, zonder dat duidelijk wordt welke stad ze in de toekomst wil zijn: welk stadssilhouet krijgt op den duur vorm?  Bijvoorbeeld als je komt aanrijden vanaf de Oostvaardersdijk. Hier ontbreekt een hoogbouwvisie. En hoe houd je de geschiedenis van de stad leesbaar? Een uniek gebouw als de Beurs is belangrijk voor de identiteit van het stationsgebied, maar deze wordt gesloopt. Welke waarden in de Regenboogbuurt moeten overeind blijven? De stedenbouwkundige betekenis van kleur wordt niet erkend.  Het belangrijkste motief achter de slogan ‘behoud door ontwikkeling’ is een moreel appèl aan de gebiedsontwikkelaars van vandaag en morgen: als je niet een poging doet om de kwaliteiten in de planvorming van vroegere perioden te onderkennen, wat zegt dat dan over de houdbaarheid van de kwaliteit die in de gebiedsontwikkeling van dit moment wordt nagestreefd?

De commissie is in de afgelopen jaren betrokken geweest bij de ontwikkeling van een erfgoednota en het resultaat is hopelijk snel zichtbaar. Maar in veel steden ontstaat erfgoedbeleid ook proefondervindelijk, werkenderwijs, door discussies over ‘iconen’ die dreigen te verdwijnen of over wijken waarvan belangrijke kernwaarden worden aangetast.  Almere, als hoofdstad van het Post- ’65-erfgoed staat bekend om de vele experimenten in architectuur en stedenbouw.  De commissie roept daarom op om ook het experiment in erfgoedbeleid aan te gaan. Ga het gesprek aan, doe onderzoek, geef opdracht tot haalbaarheidsstudies en breng zo het erfgoeddebat op gang.

Jouke van der Werf

Aanbevelingen

  • Laat de transformatie van stedelijke ruimtes en gebied als het Stationsplein, het Stationsgebied, Almere Buiten Centrum of Almere Haven Centrum voorafgaan door een cultuurhistorische verkenning
  • Faciliteer opdrachtgevers voor transformatie van door de stad erkende Iconen in het doen van haalbaarheidsonderzoeken.
  • Ontwikkel een hoogbouwvisie zodat je als gemeente regie kan voeren op de ontwikkeling van een stadssilhouet voor Almere.

Jouke van der Werf

Erfgoedlid

Jouke van der Werf is architectuurhistoricus en samen met Els Bakker eigenaar van Bureau op het Plein dat werkzaam is op het snijvlak van erfgoed en participatie. Daarnaast werkt hij parttime als gebiedsadviseur bij Monumenten en Archeologie van de gemeente Amsterdam en is lid van de commissie van welstand en erfgoed. Hij doceerde aan de Gerrit Rietveld Academie en de Academie van Bouwkunst. In Almere was hij korte tijd actief voor stichting Polderblik waarvoor hij samen met Lieke Frielink de lezingenreeks Polderperspectieven – de toekomst van het Almeerse stadslandschap organiseerde. In het cultuurhistorisch onderzoek en de projecten die Bureau op het Plein uitvoert en organiseert, maakt het zoveel mogelijk gebruik van de kennis en deskundigheid die aanwezig zijn bij de bewoners en de ondernemers in het gebied. Zo wordt de ontwikkeling van de geplande en ontworpen steden, dorpen en landschappen verbonden met de geleefde stad, de verhalen en ervaringen van hen die erin wonen en werken. Dit onderzoek kreeg zijn neerslag in verschillende publicaties zoals Het Amsterdamse bos, een geschiedenis (2019) en Het spel met Zaanse identiteiten, Verslag werkateliers ‘Zicht op Zaanstad’, (2018).