Werkafspraken Thuis in de Wijk

De 10 werkafspraken.

Werkafspraak 1: Voorbereiding uitstroom & matching

  • Zorginstelling/begeleider bespreekt met bewoner de mogelijkheden voor zelfstandig wonen.
  • De zorginstelling of begeleider vraagt urgentie aan, samen met de bewoner.
  • Bewoner wordt voorbereidt op uitstroom uit de instelling & (weer) zelfstandig wonen.
  • Woningcorporatie biedt een woning aan.

Werkafspraak 2: Begeleiding op maat

  • Eén maand na verhuizing stellen bewoner en begeleider een begeleidingsplan op. Daarin schrijven ze de gewenste doelen op. In ieder geval over wonen,  maar ook over bijvoorbeeld een dagbesteding, gezondheid of het gezin.
  • Bewoner geeft aan wat hij zelf kan en waar hij hulp bij nodig heeft van begeleider of van familie/vrienden.
  • Bewoner weet wat er in de buurt te doen is.

Werkafspraak 3: Passende verhuur

  • Bij Thuis in de Wijk zijn 2 type huurcontracten mogelijk.
  • Bij een ‘omklap’-huurcontract gaat bewoner eerst huren via een zorginstelling. Na één of twee jaar wordt het contract omgezet naar een gewoon huurcontract met de woningcorporatie. Dat kan alleen als alle woondoelen behaald zijn. Als dat niet zo is, bespreken corporatie, bewoner en begeleider de mogelijkheden.
  • Bij het ‘3-partijen-huurcontract’ huurt de bewoner van de woningcorporatie. Daarnaast sluit bewoner een begeleidingsovereenkomst af met een zorginstelling.  Deze twee overeenkomsten zijn aan elkaar verbonden. Na twee jaar wordt dit contract omgezet naar een regulier huurcontract. Dat kan alleen als alle woondoelen behaald zijn. Als dat niet zo is, zal de woningcorporatie de woning opzeggen.
  • Het ‘sleutelmoment’ – de dag dat je de sleutel van je nieuwe huis krijgt - is voor veel bewoners een mooi moment. Een nieuwe start. Bewoner, begeleider en iemand van de corporatie kunnen dit moment samen beleven, maar het hoeft niet.

Werkafspraak 4: Wonen en goed huurderschap

  • Na 6 weken spreken bewoner, begeleider en iemand van de woningcorporatie af bij de bewoner thuis.
  • Zij bespreken dan hoe het gaat, de kennismaking met de buren, en bewoner kan vragen stellen over bijvoorbeeld het onderhoud van de woning of het bijhouden van de tuin, of over de wijk.
  • Zij maken ook afspraken over:  de huur betalen, onderhoud en beheer van woning/tuin/complex en overlast.
  • Deze afspraken leggen zij vast. Na 6 maanden of een jaar vindt een evaluatiegesprek plaats. Dan worden de afspraken van het begin er bij gepakt. Is het allemaal goed gegaan? Of waar kan bewoner nog hulp bij gebruiken?

Werkafspraak 5: Vroegsignalering en preventie

  • Bewoner, begeleider en corporatiemedewerker hebben onderling contact als het niet goed gaat. Bijvoorbeeld bij huurachterstand, overlast of een probleem met het onderhoud.
  • Hoe sneller er contact is, hoe beter.
  • Het is belangrijk dat bewoner de afspraken nakomt uit het kennismakingsgesprek. Als dat niet lukt, krijgt bewoner hulp. Ook andere instanties kunnen worden ingeschakeld.
  • Soms kan bewoner tijdelijk op een logeerplek of time-out plek terecht. Sommige bewoners zullen misschien tijdelijk teruggaan naar een instelling.
  • Als een bewoner consequent zorgbegeleiding weigert, kan in het uiterste geval de woning opgezegd worden.

Werkafspraak 6: Voorkomen en aanpak van overlast

  • Bij overlast wordt zo snel mogelijk gehandeld, om de overlast zo snel mogelijk te stoppen.
  • Signalen kunnen zowel bij de begeleider als bij de corporatie binnenkomen. Zij geven deze signalen aan elkaar door.
  • De begeleider bespreekt met de bewoner de aanpak, en heeft daarna de regie op het informeren van de corporatie en eventueel  buren of omwonenden.
  • Indien de overlast aanhoudt of escaleert, zal begeleider andere (wijk)partners vragen om hulp.

Werkafspraak 7: Ondersteuning bij financieel beheer

  • Begeleider bespreekt met bewoner de financiële situatie en het beheer van de financiën. Dit wordt gedaan vóór uitstroom en op het moment dat het nodig is.
  • Begeleider en bewoner kijken samen wat mogelijk en nodig is voor hulp bij de financiën.
  • Bewoner accepteert ondersteuning bij de financiën als het niet goed gaat. Zo voorkomen we dat een huurachterstand ontstaat. Of als er al huurachterstand is: zorgen dat het niet erger wordt.
  • Op de website van gemeente Almere staat heel veel informatie over welke voorzieningen er zijn voor mensen met geldproblemen. Daar is ook een folder over alle regelingen te vinden.

Werkafspraak 8: Overgang naar een regulier huurcontract

  • Minimaal één keer per jaar is er een evaluatiegesprek. Soms is dat ook het moment om de   overgang naar een regulier huurcontract te bespreken.
  • Begeleider bespreekt met bewoner het begeleidingsplan en de doelen die daarin zijn opgeschreven.
  • Bewoner, begeleider en medewerker van de corporatie bespreken de doelen en afspraken over het wonen.
  • Als alle  woondoelen zijn behaald en afspraken zijn nagekomen over het wonen, dan wordt de overgang besproken naar een regulier huurcontract. Anders wordt besproken welke extra ondersteuning nodig is, om deze woondoelen wél te behalen.

Werkafspraak 9: Nazorg

  • Begeleider en bewoner bespreken wat er nodig is aan steun of ondersteuning, als het contract is omgezet naar een regulier contract. Dat kan gaan over steun van familie en vrienden, een netwerk in de wijk of hulp via andere organisaties.
  • Het is in ieder geval belangrijk voor bewoner om afspraken over het wonen te blijven nakomen.
  • Gedurende enkele weken kan de begeleider nog beschikbaar zijn voor bewoner, voor vragen of als het toch even niet goed gaat.

Werkafspraak 10: Respect voor privacy bewoner

  • De samenwerkingspartners delen alleen informatie over de bewoner die relevant is voor het wonen. Dat betreft informatie over de huurbetaling, overlast, onderhoud en beheer van de woning en onveilige situaties.
  • Informatie over de achtergrond van de bewoner en de geleverde zorg en ondersteuning worden niet gedeeld in het kader van de 10 werkafspraken.
  • Voordat de bewoner de woning krijgt, legt de begeleider / zorgaanbieder uit welke informatie gedeeld kan worden in het kader van Thuis in de Wijk en met wie. Ook informeert de zorgaanbieder de cliënt over zijn of haar rechten, het recht op inzage en het recht van bezwaar.