Lhbtqia+

De afkorting lhbtqia+ staat voor:

  • Lesbisch: een vrouw die zich alleen emotioneel/fysiek aangetrokken voelt tot vrouwen.
  • Homoseksueel: een man die zich alleen emotioneel/fysiek aangetrokken voelt tot mannen.
  • Biseksueel: een man of vrouw die zich zowel emotioneel als fysiek aangetrokken voelt tot mannen én vrouwen.
  • Transgender: parapluterm voor mensen die zich niet identificeren met het bij geboorte toegekende geslacht. De tegenhanger van transgender is cisgender, de term voor mensen die zich prettig voelen bij het geslacht dat ze kregen bij geboorte.
  • Queer: mensen die zich niet in een hokje willen plaatsen als het gaat om hun geslacht en/of seksuele voorkeur. Zij willen zich dus liever niet identificeren als hetero, lesbisch, biseksueel, etc. De q in lhbtqia+ staat voor sommigen ook voor questioning: iemand die nog niet weet op welk geslacht of gender hij/zij/hen valt.
  • Intersekse conditie: parapluterm voor aangeboren condities waarbij de geslachtskenmerken verschillen van wat medici als norm beschouwen voor mannen- en vrouwenlichamen.
  • Aseksueel: iemand die geen seksuele aantrekkingskracht naar andere personen voelt.
  • Het plusje in lhbtqia+ staat voor alle overige vormen van seksuele diversiteit, genderidentiteit en genderexpressie die vallen buiten wat de maatschappij ziet als standaard.

De volgende termen zitten niet in de afkorting lhbtqia+, maar je kent ze misschien wel:

  • Non-binair: personen die zich geen man en geen vrouw voelen. Mensen die non-binair zijn gebruiken vaak de termen hen of hun in plaats van hij of zij. Dus: hen loopt naar school, in plaats van hij of zij loopt naar school. Twijfel je hoe je iemand die non-binair is, kunt aanspreken? Vraag het gewoon.
  • Panseksueel: panseksueel is een overkoepelende term die betekent dat je op mensen valt, of het nu mannen, vrouwen, non-binaire, intersekse personen of andere vormen betreft.

Om deze schrijfwijzer beknopt te houden gaan we niet op alle aspecten in, maar op de laatste pagina vind je links naar publicaties waarin je meer kunt lezen.

Taaltips

Wel

  • lhbtqia+,
  • lhbtqia+-personen,
  • lhbtqia+-Almeerders,
  • lhbtqia+-leerlingen,
  • lhbtqia+-ambtenaren

Alternatieven

  • roze Almeerders/ouderen/sporters
  • regenboog

Voorbeelden

  • Lhbtqia+-Almeerders moeten zichzelf kunnen zijn op het werk, op straat en in hun wijk. Je mag ervan uitgaan dat op elke school lhbtqia+-leerlingen zitten. Al weet je misschien niet wie het zijn.
  • Tijdens de jaarlijkse Winter Pride Almere vieren we de diversiteit van de lhbtqia+-gemeenschap in Almere.
  • Verschillende organisaties en netwerken zetten zich in voor roze ouderen in Almere.

Liever niet

  • homoseksuele Almeerders
  • lhbtqia+’s

Uitleg

De genderidentiteit, seksuele oriëntatie en geslachtskenmerken zijn slechts een onderdeel van de totale identiteit van een persoon. Het is daarom vaak beter om lhbtqia+ niet te gebruiken als zelfstandig naamwoord, maar als bijvoeglijk naamwoord. Voor de leesbaarheid gebruiken we bij lhbtqia+ een koppelteken, bijvoorbeeld: lhbtqia+-personen. Een koppelteken is niet nodig bij samenstellingen als ‘intersekse leerlingen’ of ‘trans activist’.

Homoseksueel verwijst alleen naar homoseksuele mannen, dus als je ook andere mensen bedoelt is homoseksueel niet het juiste woord. De uitdrukking roze verwees oorspronkelijk alleen naar lesbische vrouwen en homoseksuele mannen, maar wordt soms ook gebruikt als synoniem van regenboog, en staat dan dus voor lhbtqia+. In dat geval is het goed om uit de context te laten blijken dat je echt verwijst naar lhbtqia+-personen en niet alleen naar lesbische en homoseksuele Almeerders.

Dat geldt ook voor de term gay. Gay verwijst alleen naar mannen die op mannen vallen. Je kunt de diversiteit ook laten zien door andere letters toe te voegen. Maar omdat de afkorting dan heel lang wordt, en alsnog sommige groepen niet genoemd blijven, kan lhbtqia+ een mooie oplossing zijn.