Bosgroep Midden Nederland is door de gemeente Almere gevraagd om een bosopstand, die in beheer en eigendom is van de gemeente, te beoordelen op vitaliteit. Na aanleiding van een aantal bomen die zijn dood gegaan en een aantal bomen die een verminderde vitaliteit hebben, heeft de gemeente diverse vragen en reacties van omwonenden ontvangen.
Binnen het bosvak is een hoeveelheid aan gladde iep (Ulmus minor) aanwezig die zichtbaar minder vitaal en zelfs al deels afgestorven is. Gemeente Almere heeft de Bosgroep Midden Nederland verzocht om de locatie te beoordelen op basis van vitaliteit en veiligheid. Ook is een advies gevraagd voor het gewenste beheer van deze houtopstand.
Voor u ligt het rapport van deze vitaliteitsbeoordeling, die in opdracht van de gemeente Almere in juli 2021 is opgesteld.
Voor het uitvoeren van deze vitaliteitsbeoordeling is er eerst een veldbezoek gebracht aan de boslocatie in Almere aan de Sprietzeil. Hier is de huidige situatie vastgelegd, en vervolgens in het volgende hoofdstuk beschreven. Daaropvolgend worden de vitaliteits- en veiligheidsaspecten benoemd. Afrondend is advies openomen over hoe deze opstand beheerd zou kunnen worden en welke maatregelen noodzakelijk zijn en welke wenselijk.
De bosopstand is gesitueerd aan de noordzijde van de Sprietzeil, achter het huizenblok Sprietzeil nummer 30 tot en met nummer 66 in het gebied Noorderplassen van de gemeente Almere, zie figuur 1. De opstand wordt als afdeling 102f vermeld is ca. 0,87 hectare groot en bestaat uit een groepsgewijze menging van inheemse loofhoutsoorten die ongeveer 30 jaar oud zijn.
De hoofboomsoorten binnen deze opstand zijn: winterlinde (Tilia cordata), gladde iep (Ulmus minor), zoete kers (Prunus avium), schietwilg (Salix alba) en boswilg (Salix caprea). Vanuit de aanplant van het bos was ook de gewone es (Fraxinus excelsior) aanwezig in de menging. In de winterperiode van 2018 naar 2019 is doormiddel van dunning de essen in deze opstand verwijderd na aantasting door de essentaksterfte. De struiklaag bestaat uit rode kornoelje (Cornus sanguinea) , vogelkers (Prunus padus) en hazelaar (Corylus avellana). In de struiklaag staat ook nieuwe aanplant (2019) van winterlinde (Tilia cordata), zomereik (Quercus robur), hulst (Ilex aquifolium) en hazelaar (Corylus avellana).
Link opent een vergroting van de afbeeldingVanuit de aanleg was de opstand groter dan de huidige omvang. Door de uitvoering van (her)inrichtingsmaatregelen aan de noordzijde van het bosvak is een deel van de bomen en het bos verdwenen. De ruimte die na de bouw van de woningen nog over is gebleven, is weer ingeplant met singel en struiksoorten voor de opbouw van een mantel-zoom vegetatie.
De huidige omvang van het bosperceel is nu kleiner dan 0,87 hectare en is in detailoverzicht in figuur 2 afgebeeld.
Link opent een vergroting van de afbeeldingDe meeste exemplaren van de winterlinde, zoete kers, schietwilg en boswilg zien er vitaal uit. Dit geldt ook voor de aanwezige struiklaag en de aangeplante bosverjonging. Voor de aanwezige gladde iepen ligt dit beduidend anders en hier ligt ook noodzaak van dit rapport.
Verdeeld over het bosvak zijn de boomsoorten groepsgewijs gemengd vanuit de aanleg en staan er groepen met iepen bij elkaar aangeplant. Op de kaart (figuur 2) staan drie losse punten aangeven, waar per locatie diverse iepenbomen staan die minder vitaal ogen of zelfs al zijn doodgegaan. Bij locatie 1 staan een aantal minder vitale iepen (figuur 3) en reeds afgestorven bomen (figuur 4).
Op een van de stamvoeten zijn ook de tekenen van honingzwam aangetroffen (figuur 5).
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeeldingBij het controleren van de verschillende individuele bomen zijn boorgaten aangetroffen en uitvliegopeningen van insecten. Bij het verwijderen van de bast op enkele plaatsen is tevens een iepenspintkever aangetroffen en ook larven van vermoedelijk die zelfde kever. Het typerende gangenstelsel van een iepenspintkever is niet echt duidelijk gevonden. De zogenoemde “vaantjes” (verdroogde bladeren) zijn een typisch kenmerk van de iepziekte en zijn goed zichtbaar op de nog niet geheel afgestorven bomen.
Bij locatie nummer 2 staan een paar dode bomen en een aantal minder vitale exemplaren (figuur 6).
Vervolgens staan er langs de gehele bosrand, met name aan de noordzijde meerdere bomen (zowel iepen als lindes) die door verkleuring van het blad aangeven dat er spraken is van negatieve effecten op de vitaliteit van de bomen.
Link opent een vergroting van de afbeeldingIn deze situatie is het moeilijk te bepalen of dit ook door de Iepziekte komt of dat er klimatologische omstandigheden van invloed zijn. De bomen hebben namelijk eerder meer opgesloten gestaan en zijn door de bouwactiviteiten vrijgezet aan de noordzijde. Verdroging, hitte stress en zonnebrand zouden hier ook oorzaak van kunnen zijn.
Op locatie 3 staat een enkele minder vitale boom (figuur 7) waar een aantal takken van zijn afgezaagd waardoor de kenmerkende verkleuring in het hout door de iepenziekte goed zichtbaar is (figuur 8).
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeeldingVanuit de zorgplicht gezien, is het noodzaak om de bomen die dood of in zeer slechte conditie zijn, te vellen. Anders komt de openbare veiligheid in het geding en voldoet de gemeente niet aan haar zogenoemde “zorgplicht”. De kans op materiele schade en zelfs lichamelijk letsel is relatief groot, aangezien de bomen dicht bij de huizen staan.
Voor de reeds dood-op-stam staande exemplaren wordt een termijn gesteld van 6 maanden, waarbinnen geadviseerd wordt om ze te vellen. De bomen waarop ook honingzwam sporen zijn aangetroffen, dienen binnen drie maanden verwijderd te worden. Door de aantasting van deze schimmel wordt het hout sneller gevoeliger voor breuk.
Vervolgens moet ook bepaald worden welke acties er ondernomen moeten worden, gelet om de iepziekte en de verspreiding daarvan.
Iepziekte is een verwelkingsziekte die wordt veroorzaakt door een schimmelaantasting van de boom. De schimmelaantasting kan door wortelcontact verspreiden of door overbrenging via insecten (iepenspintkevers, zie Stadsbomen Vademecum 3c ziekten en plagen; IPC Groene Ruimte Arnhem 2015). Wanneer de boom zichzelf probeert te beschermen tegen de schimmelaantasting en houtvaten gaat afsluiten, stopt het interne watertransport en sterft de boom af. De “vaantjes” of verdroogde bladeren zijn een typisch visueel aspect van deze ziekte.
Conform het praktijkadvies Iepziekte van de vereniging van bos- en natuurterreineigenaren (VBNE, juni 2014) was de bestrijding van de iepziekte landelijk geregeld op basis van het “Besluit bestrijding iepziekte” van 1977 tot 1991. Aangezien voor de gemeente Almere de bestrijding van de iepziekte niet in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is geregeld, is het aan de beheerder of hij de iepziekte gaat bestrijden.
Gemeente Almere heeft in het bosbeheerplan (Beheer- en werkplan parken en bossen van gemeente Almere 2018 - 2027) omschreven dat ontwikkeling en instandhouding van belevingswaarden en natuurwaarden van groot belang zijn. Deze waarden zijn gebaad bij een structuurrijk en afwisselend opgebouwd bos. Variatie in boomsoorten is wenselijk en kan gezien worden als doelstelling.
Aangezien de gladde iep een gevoelige ondersoort is in vergelijking met andere iepen, is het nu wel een boomsoort die variatie geeft in dit bosgebied. Vanuit het beheer is het wenselijk zoveel mogelijk soorten te behouden voor de variatie, menging en klimaatadaptatie . Om te voorkomen dat alle iepen in dit bosvak net als de gewone es verdwijnen, is het raadzaam om de iepziekte te bestrijden. Hierdoor kunnen onaangetaste boomgroepen in stand gehouden worden.
Er zijn gangbare methoden waar met chemische en of biologische bestrijdingsmiddelen de bomen geïnjecteerd kunnen worden. Dit moet dan wel jaarlijks worden uitgevoerd voor een gewenst resultaat. Dit soort maatregelen zijn hoofdzakelijk voor monumentale bomen van toepassing en de methode is niet geschikt voor toepassing in grootschaliger groen en bosgebieden.
Om de gestelde doelstelling van de gemeente Almere te volgen, dient het de voorkeur om naast de nu al gevaarlijke bomen en aangetaste bomen inclusief de binnen wortelcontact staande bomen preventief te verwijderen. Hierdoor wordt getracht de verspreiding van de iepziekte tegen te gaan en kunnen de andere iep-groepen binnen de bosopstand waarschijnlijk blijven bestaan.
Van oudsher werd bij het aantreffen van de iepenspintkever zelf een ruimingstermijn aangehouden van drie dagen om verspreiding te voorkomen. Wanneer er geen kevers zijn waargenomen, werd een termijn van twee weken gehanteerd voor het vellen en verwijderen van de bomen, om zo verspreiding tegen te gaan. Momenteel gelden hier geen actuele voorwaarden voor, maar het heeft de voorkeur vanwege de doelstelling van de gemeente Almere om binnen twee tot vier weken de maatregelen uit te voeren. Hierdoor wordt verdere verspreiding hopelijk het best voorkomen en kunnen de gezonde iepen nog lang blijven staan. De gevelde bomen dienen direct ontschorst of versnipperd en afgevoerd te worden.
Dit geldt uiteraard alleen voor de locaties waar de iepziekte echt is aangetroffen. Voor de plekken waar de oorzaak van verminderde vitaliteit niet goed bekend is, kan beter eerst nog gemonitord worden. Alleen wanneer ook hier de iepziekte wordt aangetroffen, dient er te worden gehandeld en geruimd. Deze monitoring zal minimaal één keer per jaar en wenselijk twee keer per jaar moeten plaatsvinden.
Opdrachtgever: Gemeente Almere (10405)
Titel: Vitaliteitsbeoordeling bosopstand Sprietzeil 2021
Status: Definitief
Datum: Juli 2021
Auteur(s): Ing. B. T. R. W. van Beek
Foto’s: Ing. B. T. R. W. van Beek
Kaartmateriaal: Copyright © **, Dienst voor het kadaster en openbare registers, Apeldoorn
Projectnummer: 21.30.10405.01
© Coöperatie Bosgroep Midden Nederland u.a.
Postbus 8135
6710 AC Ede
t (0318) 67 26 26 e-mail middennederland@bosgroepen.nl
www.bosgroepen.nl