Oppervlaktewater

Onze meren, grachten, sloten en greppels (het oppervlaktewater) zijn aangelegd om de grondwaterstand op peil te houden. We gebruiken dit oppervlaktewater om (regen)water af- en aan te voeren. In dit water wonen veel planten en dieren, maar het is ook heerlijk voor recreatie. Op deze pagina vertellen we meer over het beheer van ons water. Wil je meer lezen over varen? Ga dan naar onze pagina varen.

Beheren van water

Het beheren van het water doen we samen met het waterschap. Het waterschap Zuiderzeeland verzorgt het beheer van de dijken en de zuivering van het afvalwater. Ook zorgt het waterschap voor een juiste waterstand (peilbeheer) in onze sloten. Omdat Almere een aantal meter onder zeeniveau ligt, wordt de waterstand kunstmatig beheerst met stuwen en gemalen. Zo zorgt het waterschap ervoor dat Almere niet onder water komt te staan en dat er voldoende schoon water is.

Gemeente Almere zorgt voor het dagelijks onderhoud van het gemeentelijk oppervlaktewater. Dit bestaat onder andere uit het:  

  • maaien van de oevers en waterplanten,
  • verwijderen van zwerfvuil en gezonken objecten,
  • bestrijding blauwalg,
  • gezamenlijk met het waterschap baggeren van watergangen.

Daarnaast onderhouden we bijvoorbeeld steigers, stuwen, vaarwegborden en sluizen. Door dit goed te onderhouden zorgen we voor een prettige en fijne tijd tijdens het varen of zwemmen.

Waterkwaliteit

Een goede waterkwaliteit in Almere is van groot belang. Het waterschap is primair verantwoordelijk voor de waterkwaliteit. Schoon water is heel belangrijk voor de biodiversiteit: alle planten en dieren die leven in ons oppervlaktewater. Ook is schoon water nodig om er in te kunnen zwemmen. Maar het is ook heel belangrijk voor de biodiversiteit: alle planten en dieren die leven in ons oppervlaktewater. In het Almeerse watersysteem zijn een aantal bijzondere soorten aanwezig, onze eigen kleine ‘big five’: de bever, grote zilverreiger, snoek, ijsvogel en rietorchis. Ons water is aantrekkelijk voor planten en dieren door de grote hoeveelheid oevers, geleidelijke overgangen van nat naar droog en de grote variatie in watergroottes en -dieptes. Om ons water nóg aantrekkelijker te maken leggen we steeds vaker natuurvriendelijke oevers aan.

Blauwalg

Bij opwarming van het water in warme zomers, in combinatie met het (teveel) maaien van waterplanten en oevers, kan er blauwalg ontstaan. Blauwalg is een bacterie in het water die eruit ziet als lichtgroen wier of een blauwgroene laag die op olie lijkt. Als deze laag dikker wordt, krijgen de algen minder ruimte en sterven ze af. Er ontstaat dan een groenachtige, stinkende brij in het water. Als er blauwalgen in het water zitten, is het niet meer veilig om te zwemmen. Lees meer over blauwalg. In het maaibeheer houden we rekening met de kans op (blauw)algenbloei. Dit betekent dat we er soms bewust voor kiezen om sloten niet of minder te maaien, om (blauw)algenbloei te vermijden.