Rioolaansluiting en/of in- en uitrit aanvragen

In Almere gelden diverse voorwaarden en regels waaraan de rioolaansluiting en een in- uitrit moet voldoen. Hiervoor moet je digitaal een aanvraag doen. Beide aanvragen staan in één formulier. Je kunt in het formulier aangeven waarvoor je een aanvraag doet.

Lees voor je de aanvraag indient, de onderstaande voorwaarden.

Voorwaarden en regels riolering

Voorwaarden aanleggen riolering in en rond gebouwen

Algemeen

  1. Rioleringstekeningen dienen uiterlijk 3 weken voor het aanbrengen van de riolering ter goedkeuring aan het team Toezicht te worden verstrekt.
  2. Riolering dient ter keuring te worden aangeboden. Minimaal 24 uur van tevoren dient de aangewezen inspecteur van het team Toezicht van het gereed zijn in kennis te worden gesteld.
  3. Riolering dient te voldoen aan hetgeen is gesteld in de bouwvoorschriften, onder andere NEN 3215: "binnen-riolering in woningen en woongebouwen" en NTR 3216: "richtlijn voor ontwerp en uitvoering".
  4. In bijzondere situaties of bij niet traditionele bouwwijzen kan het nodig zijn van onderstaande regels af te wijken. Overleg met en goedkeuring van de inspecteur van het team Toezicht is in deze gevallen altijd noodzakelijk.
  5. Voor woningen/bedrijven -met name agrarische bedrijven- in het buitengebied, die niet zijn aangesloten op de riolering, is voor het lozen van afvalwater op oppervlaktewater een vergunning noodzakelijk van het Waterschap. Dit geldt ook voor het lozen van bronneringswater op oppervlaktewater. Je kunt hiervoor contact opnemen met dhr. Kroon van de afdeling vergunningverlening van het waterschap Zuiderzeeland, telefoon 0320 274838.

Vuilwaterafvoer

  1. De grond in Almere klinkt sterk in. De grondleidingen ten behoeve van de vuilwaterafvoer worden onder het gebouw opgehangen aan de funderingsbalken en/of de vloeren. Met een polderexpansiestuk worden de leidingen buiten het bouwwerk gebracht.
  2. De bodem in Almere heeft een relatief hoog zoutgehalte. Hierdoor wordt metaal aangetast. Daarom moeten grondleidingen onder het bouwwerk, die in het zand of in de grond komen te liggen (bijvoorbeeld in het zandtalud tegen de binnenkant funderingsbalk), altijd worden opgehangen met gewapend kunststofband.
  3. Overige ophangmaterialen van de riolering bestaan uit kunststof of uit roestvaststaal. Alternatieven hebben goedkeuring van de inspecteur van het team Toezicht nodig waarbij er van uit moet worden gegaan dat deze ophangmaterialen minimaal 50 jaar mee kunnen gaan.
  4. Bij vrijhangende leidingen is de hart-op-hart afstand van de ophangpunten maximaal 10 maal de buisdiameter met een maximum van 1,5 m. Bij geringe grondbelasting op de leiding (maximaal 0,2 meter) is de vereiste hart-op-hart afstand van de ophangpunten 7 maal de buisdiameter met een maximum van 1 meter.
  5. Bij riolering onder vloeren zonder kruipruimte wordt de grondleiding zo hoog mogelijk opgehangen. De vereiste hart-op-hart afstand voor de ophangpunten is 4 à 5 maal de buisdiameter met een maximum van 0,7 meter. De uitvoering ervan mag pas na overleg en na goedkeuring van de inspecteur van het team Toezicht geschieden, ook in het geval van instorten van leidingen.
  6. Het polder expansiestuk moet horizontaal onder de funderingsrandbalk aangebracht worden en opgehangen met een dubbele strop gewapend kunststofband. Het band dient in de kruipruimte deugdelijk te worden bevestigd aan de bovenkant van de funderingsbalk met behulp van pluggen en R.V.S. schroeven waaronder passende R.V.S. volgringen. januari 2017.
  7. Bij de aansluiting van een kleine op een grote leidingdiameter dient de kleine diameter altijd "hoog" aangesloten te worden op de grote diameter.
  8. De aansluiting van de standleiding op de verzamelleiding of grondleiding moet middels twee bochtstukken van 45º waartussen een recht gedeelte van tenminste 250 mm.
  9. De grondleiding na het polder expansiestuk tot de erfgrens dient in de kleur bruin (RAL 8023) te worden uitgevoerd.
  10. Standleidingen dienen doorgetrokken te worden tot boven het dak als ontspanningsleiding met een diameter van minimaal 80 % van de standleiding (standleiding ø 110 mm, dan de ontspanningsleiding ø 90 mm). De ontspanningsleiding aansluiten op een daarvoor bedoelde dakpan/ ventilatiekap.
  11. De uitmonding van de ontspanningsleiding dient, om hinder van stank te voorkomen op een afstand, gemeten langs de kortste route, zich ten minste 6.0 m te bevinden van een buitenruimte (dakterras). De uitmonding nabij een deur, een beweegbaar raam of een gevelrooster moet zich 1,0 m boven het hoogste punt daarvan bevinden op een afstand van 3,0 m, gemeten langs de kortste route. De uitmonding in een dak dat grenst aan een hoger opgaande gevel, moet zich op een afstand, gemeten langs de kortste route tenminste 6,0 m bevinden van een ventilatie toevoervoorziening of spuivoorziening (raam, luik of deur) in die gevel.
  12. Er mogen geen leidingen in de spouw van de gevels en/ of in woning-scheidende wanden aangebracht worden. Dit geldt ook voor de hemelwater afvoer.

Hemelwaterafvoer*

  1. De grond in Almere klinkt sterk in. Hiermee dien je rekening te houden en daarom gelden de volgende voorwaarden:
    • Grondleidingen ten behoeve van hemelwater mogen niet worden opgehangen aan de funderingsbalken en/of de vloeren
    • In de standleiding, voor de afvoer van hemelwater, dient een verticaal schuifstuk met een schuifmogelijkheid van minimaal 500 mm te worden aangebracht voordat deze aangesloten wordt op de grondleiding.
  2. Bij vrijstaande woningen dienen de grondleidingen altijd buitenom gelegd te worden. Bij aaneengesloten woningen mag de grondleiding, onder de funderingsbalken door, de woning passeren.
  3. Er mogen niet meer dan twee aaneengesloten woningen op een gezamenlijke hemelwaterafvoer worden aangesloten. De schuurtjes dienen te worden aangesloten op de hemelwaterafvoer van de bijbehorende woningen.
  4. De grondleiding tot de erfgrens uitvoeren in de kleur grijs (RAL 7037).
  5. In de gemeenschappelijke achterpaden bij woningen dienen op de riolering aangesloten straatkolken aangebracht te worden.

*Indien sprake is van ‘oppervlakkig hemelwaterafvoer’ zijn deels andere regels van toepassing. Zie hiervoor het Handboek Zelfbouw of gebied specifieke bijlage.

Bepalingen en voorwaarden voor het maken van een inrit

Algemeen

  1. De aanvraag dient uiterlijk zes weken voor de gewenste datum van realisatie volledig te zijn ingediend. Bij de aanvraag dient in tweevoud te zijn toegevoegd een overzichtstekening (schaal 1:200) met daarop de situering van de woning en de maatvoering van de gewenste inrit.
  2. Waar in het grondcontract met de gemeente overeengekomen, zal door en voor rekening van de gemeente een inrit, al dan niet gecombineerd met een voetpad, worden aangelegd vanaf de perceelgrens tot aan de verharde weg.
  3. De standaard verhardingsbreedte bij woonbestemmingen in Almere is 3,5 meter, voor een bredere inrit kunnen kosten in rekening worden gebracht, zie genoemd onder punt 12.
  4. Indien een bredere inrit wordt verlangd dan zal jouw aanvraag worden getoetst aan het inrichtingsplan van het desbetreffende gebied. Een verzoek tot inritverbreding zal niet worden toegestaan als de verbreding in strijd is met de inrichting van het openbaar gebied.
  5. Indien meer inritten worden verlangd dan voorzien in het grondcontract dan worden deze door of vanwege de gemeente aangelegd voor rekening van de aanvrager voor zover dit niet strijdig is met de uitgangspunten in het bestemmingsplan, het openbaar belang of nog te realiseren voorzieningen.
  6. Voor reeds ingerichte gebieden (geen nieuwbouw) geldt dat wanneer het realiseren van een inrit ten koste gaat van een openbare parkeerplaats, er elders in het openbaar gebied een openbare parkeerplaats dient te worden gecreëerd voor kosten van de aanvrager.

Uitvoering

  1. De op openbaar terrein te realiseren inrit(gedeel)ten worden uitgevoerd in bestratingselementen van beton, waarbij kwaliteit soort en kleur van de gebruikte materialen ter bepaling van de gemeente is.
  2. Plaats, afmeting en/of gebruik van andere dan de voorgestelde (verhardings)materialen van inritten behoeven de goedkeuring van de gemeente.
  3. De aanleghoogte ter plaatse van de perceelgrens wordt door de gemeente vastgesteld en dient door de aanvrager te worden opgevraagd bij de gemeente Almere, Projectmanagementbureau. Ingeval de hoogte van de op de inrit aansluitende verharding (eigen terrein) geheel of gedeeltelijk afwijkt van de vastgestelde aanleghoogte op het openbaar gebied (b.v. bij laadperrons op maaiveldniveau), dient het hoogteverschil overwonnen te worden op het uitgegeven terrein (inclusief eventueel noodzakelijke verticale afrondingsbogen). Op de bij het aanvraagformulier te voegen overzichtstekening (in tweevoud) dienen deze gegevens te zijn aangegeven.
  4. Op het moment dat met de realisatie van de inrit wordt gestart, dient het terrein vrij van obstakels te zijn. Indien het terrein niet vrij is van obstakels zal de inrit niet worden aangesloten. Je dient dan een nieuwe afspraak te maken met de toezichthouder van het gebied.

Onderhoud

  1. Onderhoud aan de inritten op openbaar gebied, zal door of vanwege de gemeente plaatsvinden. Tussentijds (extra) onderhoud kan op verzoek worden uitgevoerd, zij het dat alle ermee gemoeid zijnde kosten voor rekening van de aanvrager zijn.

Kosten en betaling

  1. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een extra of bredere inrit bedraagt € 72,25 per m2 bij verharding van betonnen bestrating-elementen. Bij afwijking van de gemeentelijke standaard zijn alle hier uit voortvloeiende meerkosten voor rekening van de aanvrager.
  2. Voor reeds ingerichte gebieden geldt dat de volledige kosten voor aanleg van de gewenste voorziening alsmede noodzakelijke aanpassingen aan aanwezige voorzieningen –dit ter beoordeling van de gemeente- voor rekening komen van de aanvrager.
  3. De verschuldigde kosten en de betalingsvoorwaarden staan vermeld in de door jou toe te zenden factuur.
  4. De kosten dienen ingevolge artikel 4 van de Retributie- en precarioverordening Almere binnen 14 dagen na dagtekening van de verzending van de betreffende nota te worden voldaan.

Verordening 2021, tarieven rioolaansluitingen en in- en uitritten

Rioolaansluitingen

4.0RioolaansluitingenTarief 2021
4.1Het tarief bedraagt ter zake van het op verzoek maken van aansluitingen op het rioolstelsel, op plaatsen waar de definitieve verharding nog niet is aangebracht, per aansluiting: 
4.1.1Bij een buisdiameter kleiner of gelijk aan 125 mm€ 548,80
4.1.2Bij een buisdiameter groter dan 125 mm doch kleiner of gelijk aan 160 mm€ 857,80
4.1.3Bij een buisdiameter groter dan 160 mm doch kleiner of gelijk aan 200 mm€ 1.396,45
4.2Het tarief bedraagt voor het op verzoek opheffen van een aansluiting met een buisdiameter kleiner of gelijk aan 200 mm€ 548,80
4.2In alle gevallen worden de aan het op verzoek maken c.q. opheffen van een aansluiting op het rioolstelsel verbonden kosten in rekening gebracht, blijkend uit een vooraf door of vanwege het college van burgemeester en wethouders opgestelde en overgelegde begroting van deze kosten. Met de werkzaamheden wordt niet eerder aangevangen dan op de vijfde werkdag na de dag waarop de eerder genoemde begroting aan de aanvrager ter kennis gebracht. 

In- en uitritten

5.0In- en uitrittenTarief 2021
 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het aanleggen c.q. wijzigen van een uitrit, per vierkante meter: 
5.1Vooruitlopend op dan wel gelijktijdig met de terreinafwerking, voor elke vierkante meter uitgaande boven de standaardbreedte voor de desbetreffende uitrit€ 72,25
5.2In andere gevallen dan bedoeld onder de aan de aanleg verbonden kosten, blijkend uit een vooraf door of vanwege het college 5.2. van burgmeester en wethouders opgestelde en overgelegde begroting van deze kosten. Met de werkzaamheden wordt niet eerder aangevangen dan op de vijfde werkdag na de dag waarop de eerdergenoemde begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht.