Overlast door dieren

In Almere genieten inwoners veel van hun (huis)dieren en van de dieren die bij ons in het wild leven. Soms geven dieren of insecten overlast. Denk aan mieren die je huis binnen komen of ratten die in je schuur verblijven. In dit soort gevallen wil je graag actie ondernemen om het overlast te verminderen. Hieronder lees je in welke gevallen de gemeente actie onderneemt, maar ook wat je zelf kan doen om overlast van dieren te voorkomen of te verminderen.

Ratten

Ratten komen af op (zwerf)vuil en voedsel en kunnen voor overlast zorgen. Het bestrijden van ratten is erg moeilijk. Dit komt doordat het leefgebied van een verdwenen rat vaak snel wordt ingenomen door nieuwe ratten uit de omgeving. De invloed van het verwijderen van ratten is daarom vaak van korte duur.

Wat je zelf kunt doen

Daarom is preventie en beheersing beter. Hiervoor zijn ook de inwoners van Almere verantwoordelijk.

Hieronder een aantal tips waar je zelf op kan letten:

  • Gooi geen afval op straat, want zwerfvuil trekt plaagdieren aan.
  • Laat geen afval rondslingeren en maak vaak schoon in en om het huis.
  • Plaats geen afval los bij een ondergrondse container of afvalbak op de opstelplek.
  • Zorg dat afval in een gesloten afvalbak of container zit.
  • Zorg ervoor dat ratten niet bij diervoer (zoals van kippen of konijnen) kunnen.
  • Voer vogels niet of met mate, zodat er geen resten achterblijft dat ratten aantrekt.
  • Ruim overgebleven vogelvoer in de tuin aan het eind van de dag op.
  • Zorg ervoor dat ratten geen toegang hebben tot jouw gebouw. Maak openingen dicht zoals gaten en kieren die groter dan 1 cm zijn. Ook in de schuur!

Erg veel last van ratten? Meld dit dan door te bellen naar 14 036 of door online een Melding Openbare Ruimte te doen. Dan denkt de gemeente mee aan een mogelijke oplossing.

Muskus- en beverratten melden bij Waterschap

Heb je overlast van muskus- of beverratten? Meld dit dan direct bij het waterschap via het meldingsformulier van Zuiderzeeland. Je kunt de melding ook mailen naar Waterschap Zuiderzeeland via muskusrattenbeheerverberg dit@zuiderzeeland.nl.

Draaigatje

In Almere is het mediterraan draaigatje gezien. Hij lijkt op de ‘gewone’ mier, maar geeft meer overlast. Bij het graven verplaatsen ze namelijk veel zand. Hierdoor verzakken straatwerk en tuinmuurtjes. De miersoort komt met planten mee vanuit landen rond het Middellandse Zeegebied en is zo in Nederland terecht gekomen. Het draaigatje is lastig te bestrijden. De gemeente doet nu een proef om het draaigatje te bestrijden. Een ecoloog van Naturalis begeleidt deze proef en een plaagdierbestrijder uit de omgeving voert het werk uit.

Hoe herken je het draaigatje?

Het draaigatje is kleiner dan de ‘gewone’ mier, maar leeft in grotere aantallen. Van het zand dat hij uitgraaft maakt hij kratertjes, zoals te zien op foto 1. Je kunt het draaigatje ook herkennen aan de lange rij werksters die allemaal achter elkaar dezelfde route volgen.

Wat je zelf kunt doen

Het draaigatje leeft in grote kolonies. In de buurt van een kolonie zijn veel bladluizen. Het draaigatje beschermt de bladluizen tegen andere insecten en melkt ze voor de zoete honingdauw. Hij kan ook het huis binnentrekken voor voedsel en warmte.

Hieronder een aantal tips waar je zelf op kan letten:

  • Laat eten en voedselresten niet rondslingeren.
  • Kies planten en struiken waar bladluizen niet van houden.
  • Bestrijd bladluizen.
  • Maak schaduwplekken in de tuin.
  • Koop geen planten uit Zuid-Europa en neem ze ook niet mee.

Het is lastig om het draaigatje zelf te bestrijden. Kokend water en middelen die in winkels te koop zijn, bestrijden alleen de werksters. De kern van de kolonie wordt niet bereikt.

Hommels, bijen en wespen

Er wordt soms overlast ervaren van hommels, bijen en wespen door inwoners. Over het algemeen zijn deze insecten ongevaarlijk en een aanwinst voor de natuur. Daarom bestrijdt de gemeente ze in principe niet. Alleen wanneer wespen gemeente grond, bijvoorbeeld een speeltuin, onveilig maken of er een bedreiging is voor de volksgezondheid grijpt de gemeente in. Hiervoor kun je een Melding Openbare ruimte maken of bellen met 14 036. Heb je een hommel, bij of wesp in je eigen tuin? Kijk dan hieronder bij ’Wat je zelf kunt doen‘ voor onze tips.

Is het een hommel, bij of wesp?

Voor de meeste mensen zijn bijen, hommels en wespen één pot nat. Ze lijken allemaal op elkaar. Maar als je ze goed bekijkt zijn er grote verschillen, zowel in uiterlijk als in leefwijze. Om te bepalen wat je kan doen is het belangrijk om ze uit elkaar te kunnen halen. Hieronder zie je per soort waar je ze aan kan herkennen en wat je eraan kunt doen.

Hoe herken je hommels?

Er zijn verschillende soorten hommels. Ze zijn allemaal herkenbaar aan hun vrij forse (‘dikke’) formaat en dikke, warme vacht, zoals je kunt zien op de foto. Ze kunnen luidruchtig zoemen en gaan van bloem tot bloem. In eten hebben ze geen interesse. Hommels maken kleine nesten in holletjes, vogelhuisjes of onder de grond. Na de zomer sterft het hele nest weer, op de nieuwe koninginnen na. Die zoeken een veilige plek voor de winter en beginnen de lente erna op hun beurt weer een nestje.

Hoe herken je wilde bijen?

In het voorjaar komen veel alleen levende wilde bijensoorten (zoals zandbijen en metselbijen) uit hun poppen. Bijvoorbeeld uit ronde openingen in een bijenhotel of andere kleine kiertjes, zoals op de foto. Vaak zie je niet meer dan een handvol (tot een stuk of 20) bijen bij elkaar. Wilde bijen hebben daarnaast geen interesse in zoetigheid en zijn ook niet agressief. Wilde bijen vormen geen ‘bal’ aan een tak (zoals honingbijen), maar keren steeds terug naar een kier of nestje.

Hoe herken je honingbijen?

Honingbijen zijn leerbruin tot zwart en dus niet zo geel als wespen. Daarnaast kunnen honingbijen, in tegenstelling tot wilde bijen, een bijenzwerm vormen. Een bijenzwerm is een verschijnsel waarbij een volk bijen zich splitst en een deel van het volk een nieuw bestaan op gaat bouwen op een andere plaats. Als de zwerm ontstaat zijn er even duizenden bijen zichtbaar. Zolang die andere plaats nog niet is gevonden wachten de bijen als een soort ‘hangende bal’ aan een tak (zie foto) of ander voorwerp. De zwerm heeft eten voor 3 dagen bij en kan dus even blijven hangen. Wanneer speciale speurbijen een nieuwe plek hebben gevonden, vertrekt de zwerm weer.

Hoe herken je wespen?

Wespen zijn fel geel met zwart van kleur, zoals je op de foto kan zien. Ze komen later in de zomer graag af op voedsel en zoetigheid. Wespen zijn voornamelijk vleeseters. Ze zoemen dus ook maar al te graag rond je barbecue. Wespen kunnen als opdringerig en agressief worden ervaren. Wespen maken hun nest van een soort papier dat ze kauwen uit onder meer stukken hout. De nesten zijn pas aan het einde van de zomer de uiteindelijke grootte en zijn doorgaans balvorming. Wespen zijn herkenbaar fel geel.

Wat je zelf kunt doen

Hommels

Tenzij de hommels heel erg in de weg zitten kun je ze het best met rust laten. Ze zijn een aanwinst voor je tuin en voor de natuur, ze komen niet op je eten af en zijn ongevaarlijk. Hommelnesten worden nooit gigantisch groot, maar kunnen op warme dagen wel redelijk actief zijn. Na de zomer sterft het nest, daarna kun je de plek eventueel dichtstorten of op een andere manier afsluiten voor hommels.

Wilde bij

Tenzij de bijen heel erg in de weg zitten kun je de wilde bijen het best met rust laten. Ze zijn een aanwinst voor je tuin en voor de natuur, ze komen niet op je eten af en ze kunnen niet steken. Deze bijen leven alleen (soms wel met meerderen in de buurt van elkaar) en vormen dus geen groot nest. 

Honingbij

Het lijkt misschien gevaarlijk, maar dat is het zeker niet. Imkers zijn blij met zwermen van de honingbij, want uit een zwerm kan een mooi nieuw volk honingbijen groeien. In Almere zijn verschillende imkers actief die zwermen komen ophalen. Neem zelf contact op via almere.bijenhouders.nl

Wespen

Een groot wespennest kan gevaarlijk zijn en voor veel overlast geven. Het weghalen van wespennesten is geen werk voor een imker. Die houden zich alleen bezig met bijen. Bestrijding van wespennesten dient te gebeuren door ervaren verdelgers. Een wespennest op gemeente grond kan je melden via een Melding Openbare Ruimte. Zit het nest op eigen grond? Dan bel je zelf een professional die het nest kan weghalen.

Tijgermug

Heb je vragen over de (bestrijding van de) tijgermug? Bel dan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA): 0900-0388 of kijk op de website van NVWA . Voor vragen van effecten van de tijgermug op de gezondheid kun je bellen met GGD Flevoland via 088-008 9910.

Eikenprocessierups

Elk jaar kan je in de warmere maanden op eikenbomen de eikenprocessierups vinden. De brandharen van deze rups zorgen voor overlast. Om overlast zo veel mogelijk te voorkomen bestrijden we de eikenprocessierups van april tot oktober. De nesten die de vroege bestrijding overleven zuigen we met een speciaal apparaat later weg. Meer weten over de eikenprocessierups en hoe de gemeente de bestrijding uitvoert? Ga dan naar almere.nl/rups.

Steenmarter

De Nederlandse populatie van de steenmarter groeit. Ook blijkt de soort zich steeds meer in stedelijke gebieden te vestigen. Zo ook in Almere. Hij is qua formaat net zo groot als een huiskat maar dan met kortere poten. De steenmarter is heel goed in het aanpassen aan zijn omgeving. Dit maakt ook dat wij hem zien in diverse omgevingen, zoals in de woonwijk. Meer weten over de steenmarter en wat je zelf kunt doen om overlast te voorkomen of te verminderen? Ga dan naar almere.nl/wonen/dieren/beschermde-dieren

Huisdieren

Waar voor de één zijn of haar huisdier voor liefde en rust zorgt, kunnen dezelfde huisdieren voor anderen voor overlast zorgen. Om te zorgen dat iedereen, met en zonder huisdier, prettig kan leven in Almere is het belangrijk om rekening met elkaar te houden. Daarom hebben we in Almere speciale uitlaatveldjes voor honden en regels opgesteld over het uitlaten van honden in de openbare ruimte. Meer informatie over waar je je hond mag uitlaten en wat te doen bij bijtincidenten vind je op almere.nl/wonen/dieren/honden

Overlast van katten

In Nederland wonen veel kattenliefhebbers en veel katten mogen buiten rondlopen van hun eigenaren. Dat kan leiden tot overlast bij buurtgenoten. Katten laten zich niet tegenhouden door een muur, haag of afrastering. Ze hebben daarmee een leefgebied dat veel verder reikt dan de eigen achtertuin. Heb je zelf overlast van katten van buren? Ga dan in gesprek met je buren om te kijken hoe het overlast verminderd kan worden.

Tips voor katteneigenaren

  • Houd je kat(ten) zo veel mogelijk binnen jouw tuin. Plaats een erfafscheiding met verticale latten, waar katten moeilijker overheen kunnen klimmen of eronder kunnen kruipen.
  • Laat je kat(ten) steriliseren of castreren. Gesteriliseerde en gecastreerde katten zijn veel rustiger en veroorzaken minder geluidsoverlast. Ook voorkom je hiermee de uitbreiding van de kattenpopulatie.
  • Plant aantrekkelijke planten voor je katten: bijvoorbeeld kattenkruid, gamander of schildzaad, steenanjer, vetmuur, sierhaver, zachte lange grassoorten en kattengras.
  • Zorg voor een zonnige, zachte ligplek. Of houd katten aan een kattenriempje in de tuin, zodat ze in jouw tuin kunnen rondlopen met bewegingsvrijheid.