Om een authentiek en herkenbaar beeld te creëren, worden er in het ontwerp van de gebouwen verschillende elementen toegepast die herkenbaar zijn voor Dudok.
Hoewel de Dudok een verscheidenheid aan verschijningsvormen, contexten en functies kent, is het toch als zodanig herkenbaar. Verschillende elementen komen namelijk consequent terug, al dan niet op verschillende manieren. Samen met de essentie van de ontwerpfilosofie, zoals eerder benoemd, vormen dit de ingrediënten voor het gebouwontwerp.
De eigen ontwerpvisie van de architect, in combinatie met de locatie en context, zorgt voor een eigentijdse interpretatie van deze elementen. Elk gebouw of architectonische eenheid krijgt hierdoor een eigen karakter in samenhang met de omgeving. De elementen worden niet historiserend gekopieerd, maar vertaald naar de 21ste eeuw zonder aan kracht te verliezen.
De hoofdvorm van de bebouwing bestaat uit een asymetrische compositie van volumes, lijnen en vlakken. De volume-opbouw heeft een plastische rijkdom aan schaduw- en dieptewerking. Geleding in de gevel zorgt voor een heldere ritmiek en maakt een horizontaal gebaar. Kubische, omhooggaande massa’s vormen een onderbreking en reageren op de stedenbouwkundige setting, bijvoorbeeld de beëindiging van een bouwblok.
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeeldingDe architectuur sluit aan op de volume-opbouw en wordt gekenmerkt door een spel van horizontale en verticale elementen en accenten, waarbij horizontaliteit dominant is. Binnen de architectonische eenheid bevindt zich altijd minimaal één duidelijk afwijkend element, zoals een schoorsteen, een kopbeëindiging of een erker. Herhaling van gelijksoortige elementen zijn bepalend voor de ritmiek in de gevel. Het is een eindeloze repetitie die nooit saai wordt. Functionele elementen hebben betekenis in de vormgeving en maken de individuele woningen duidelijk afleesbaar.
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeeldingDe gevels worden uitgevoerd in baksteen. In de ‘erven en hoven’ is het mogelijk om ook pleisterwerk toe te passen als secundair materiaal (minder dan 75%). Het kleurenpalet bestaat uit genuanceerde rood-, geel en beigetinten. Kleurkeuze en materiaal komen voort uit de locatie en het karakter van het bouwblok of ensemble. Zadeldaken zijn rood of zwart, waarbij dakranden en overstekken een lichte kleur hebben – of een kleur die de horizontaliteit versterkt.
In de ‘erven en hoven’ mogen ensembles een witte of lichtere kleurstelling hebben, aansluitend op de context en het concept van het buurtje. De kozijnen reageren op de kleurstelling van de gevel: lichtgekleurd als fris contrast, of complementair aan de gevelkleur.
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeeldingDe vormgeving van de gevel versterkt de architectuur van lijnen, vlakken en ritme. Raampartijen zijn georganiseerd in de richting van de gevel of het volume. De gevelindeling heeft een logische verhouding die de geleding ondersteunt. Het metselwerk speelt hier ook een rol in, door met formaat, voegwerk en kleur de horizontaliteit te versterken. Ornamenten zijn sober en zijn een passend onderdeel van de architectuur.
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeeldingBalkons en veranda’s zijn een integraal onderdeel van het bouwblok. Zij zijn mee-ontworpen en hebben een betekenis binnen het architectonische concept en versterkt de plasticiteit in de gevel. De balkons zijn (deels) geïntegreerd, waarbij de balustrade een onderdeel is van de gevel. Veranda’s en pergola’s zijn licht vormgegeven en vormen een onderdeel van het lijnenspel.
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeeldingDe gebouwen hebben een plat dak of een zadeldak, afhankelijk van de stedenbouwkundige betekenis. De dakvorm reageert op de plek van de woning en is op een hoek afwijkend, bijvoorbeeld plat of gedraaid. De daken hebben een kwalitatieve overstek, als sterke horizontale lijn. Eventuele dakkappelen aan de straatzijde worden mee-ontworpen en hebben een architectonische functie. Het daklandschap valt als een deken over de woningen en bijbehorende gebouwen.
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeeldingBergingen en garages zijn een integraal onderdeel van de architectuuruitwerking en worden consistent en kwalitatief vormgegeven. Waar ze grenzen aan de buitenzijde van een bouwblok of aan een binnenterrein, wordt extra aandacht besteed aan ontwerp en materiaalgebruik.
Op hoeken worden ze visueel geïntegreerd in de massa van het hoofdgebouw, bijvoorbeeld via de doorzetting van een tuinmuur of gevel. In kleur, materiaal en dakvorm sluiten bergingen en garages op het hoofdgebouw aan en vormen zo een architectonische familie.
Ook de toegangen tot stegen worden zorgvuldig mee-ontworpen, met bijvoorbeeld een doorlopend dak, een poort of een ander samenhangend architectonisch element.
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeelding
Link opent een vergroting van de afbeeldingRuimere voortuinen, met een diepte van meer dan 1,5 meter hebben, afhankelijk van de voorschriften, een erfafscheiding in een vorm van een gemetseld muurtje of een haag (maximaal 1 meter hoog). Ondiepere voortuinen, met een diepte van minder dan 1,5 meter, hebben een ‘Delftse stoep’ in een consistent bestratingsmateriaal langs het bouwblok.
Erfafscheidingen van achtertuinen grenzend aan de buitenzijde van een bouwblok of aan een binnenterrein, zijn mee-ontworpen met de gevel en passen bij de architectuur van de woning. Voor alle erfafscheidingen geldt dat deze onderdeel zijn van het architectonische concept.



