De tuinstad is onderverdeeld in 3 hoofdwijken. Lees wat de karakteristieken zijn; het landschappelijk raamwerk en de stedenbouwkundige opzet.
De Tuinen van Poort vormt een stadswijk waar stad en landschap naadloos in elkaar vastgrijpen. Grenzend aan de ecologische zone loopt het bomenlandschap via de groene lopers tot in de haarvaten van de wijk en verbindt het mens, plant en dier en biedt het plek voor ontmoeting.
De landschappelijke opzet van de Tuinen van Poort kenmerkt zich door een ‘barcode’ van groene lopers die de wijk verweeft met het omliggende water- en boslandschap. Dit landschap, dat het Pampushout verbindt met het Kromslootpark, vormt een waardevolle ecologische verbindingszone en wordt door middel van de lopers de wijk ingetrokken. Een natuurlijke omgeving met extensieve grassen en een diversiteit aan boomen beplantingssoorten, vormen voor planten en dieren doorlopende structuren en dragen bij aan het vergroten en versterken van de biodiversiteit.
Een ring van intensieve beplanting doorsnijdt deze structuur en begeleidt de hoofdontsluiting in de vorm van de omloop. Het groen is hiermee overal beleefbaar en begeleidt de bewoners van wijk, naar buurt, naar straat of van bos- naar parklandschap en tot in de tuin. Men woont direct aan het groen, heeft er zicht op of is heel dichtbij. De groene lopers vormen daarmee ook de sociale dooradering van de wijk. Als plek waar men verblijft, thuiskomt en elkaar tegenkomt, zijn de groene lopers belangrijke ontmoetingsplekken. Door middel van de vormgeving van de gebouwen en de inrichting van de openbare ruimte, ontstaan binnen de doorlopende groenstructuur verschillende plekken die de geborgen en vertrouwd voelen en de gemeenschap zich eigen kan maken.
Het landschappelijke raamwerk vormt de onderlegger voor de stedenbouwkundige opzet. De groene lopers definiëren een rationele verkavelingsopzet, maar met een palet aan eigenzinnige buurtjes. De appartementengebouwen vormen de ‘blikvangers’ van Europakwartier-Noord. Het zijn de identiteitsdragers die op strategische plekken staan en daarmee herkennings- en oriëntatiepunten vormen. Centraal door de Tuinen van Poort loopt de ontsluittingsstructuur ‘de omloop’. Deze prikt vanaf de Heliumweg en de Elementendreef aan de zuidzijde de buurt in en vormt in het noorden een ring. De omloop wordt begeleidt door stoere, stadse
en kubische bebouwing. Binnen deze omlijsting bevindt zich ‘de binnenwereld’. Langs de groene lopers en de smallere straatjes speelt zich een vriendelijk spel af van kortere bouwblokken, lagere gevels, veranda’s, en een in het oog springend dakenspel.
Om de omloop en de binnenwereld heen ligt een geraamte van ‘hoven en erven’. Dit zijn samenhangende architectonische ensembles geïnspireerd op de meer klassieke woningbouwarchitectuur van Dudok. De erven en hoven hebben elk een eigen architectonisch concept en zijn een samenspel van kleinere korrel en grotere eenheden.
Wonen in een regenlandschap: de Regenerven bestaat uit een vijftal unieke woonclusters in een extensief regenlandschap. Als gecultiveerde eilanden in een extensieve en natuurlijke omgeving, heeft elke woning een binding met het landschap waar het water zich een weg baant van wolk tot gracht. Elk eiland heeft een eigen identiteit en is een herkenbaar thuis voor de bewoners. Aan de buitenzijde georiënteerd naar het landschap, terwijl er binnenin de clusters ruimte is om thuis te komen en elkaar te ontmoeten.
De wooneilanden worden omgeven door een regenlandschap bestaande uit wadi’s en regentuinen. Deze bevinden zich tussen de Heliumweg en de woonclusters onderling. Regenwater wordt op een natuurlijke manier
afgevoerd naar de gracht aan de noordzijde. Toegangen tot de woningen en de eilanden worden ervaren als een overbrugging over of door de regentuinen. Aan de noordzijde grenst de bebouwing aan de natuurlijke, extensieve oever van de gracht. Waar de bebouwing aan de oost-, zuid- en westzijde wordt begrenst door de wadi’s, omzoomd intensieve beplanting de noordzijde van de eilanden. Aan deze zijde heeft elk eiland, met uitzondering van de tweekappers, een ontmoetingsplaats aan de oever.
De Regenerven worden aan de zuidzijde begrenst door de Heliumweg. Als één van de belangrijkste toegangswegen binnen de wijk ontsluit het alle drie de buurten. De weg wordt vormgegeven als een royale laan met aan weerszijden bomen en langsparkeren. Hier wordt zowel het karakter van de Regenerven als de het parklandschap van Onder de Linden ervaren.
De woningbouw ligt tussen de gracht en de Heliumweg en heeft de stedenbouwkundige typologie erven en hoven. De gebouwen zijn, zoals benoemd, geclusterd in verschillende ‘eilanden’ waaromheen het landschap zich ontvouwt. De woningen zijn allen naar de kwalitatieve buiten-zijde georiënteerd. Binnen de clusters is ruimte voor de gemeenschap, waarbij men thuiskomt, de auto parkeert en elkaar ontmoet. De eilanden vormen als het ware een bastion, waarbij de architectuur de korrel verkleint en er sprake is van een sterke architectonische samenhang. Zowel de gebouwen als de vormgeving van de openbare ruimte en de tuininrichting zijn op elkaar
afgestemd.
De woningbouw bestaat voornamelijk uit rijwoningen, met een enkel appartementengebouw en een cluster tweekappers. De woningen vormen de eilanden, en begeleiden het landschap daaromheen. Zij hebben elk een eigen karakter en zijn samenhangend in beeld. De twee-onder-één-kappers vallen onder de sfeer ‘losse korrel’. Het appartementengebouw behoort bij de ‘blikvangers’. In het gebied bevindt zich één bestaand gebouw, de Baitul Afiyat Moskee. Ook dit gebouw vormt met de kavel een eigen ‘eiland’, maar is architectonisch geen onderdeel van de buurt.
In het overweldigende parklandschap van het Cascadepark bevinden zich drie kleinschalige buurtjes: Onder de Linden. Omgeven door het groene carré is het park altijd aanwezig. Geborgen en vertrouwd, vormen de kleinschalige buurtjes als het ware tuinen verscholen in het park.
De drie buurtjes bevinden zich in de oostelijke uitloper van het Cascadepark: het centrale park van Almere Poort dat dwars door het stadsdeel heen slingert. Fiets- en wandelroutes verbinden de verschillende wijken, buurten en voorzieningen met elkaar. In het oostelijke deel van dit landschap bevinden zich vier ‘tuinkamers’. In de meest noordelijke bevindt zich een basisschool. In de overige drie kamers worden ‘woontuinen’ ontwikkeld: drie eigenzinnige buurtjes die enigszins verdiept liggen ten opzichte van het verhoogde omliggende groene carré.
Het landschap begeleidt de bewoners van de wijk naar hun buurt, straat, tuin, tot in de woning. Het carré met de strakke bomenstructuur definieert de vorm van het park en scheidt de woonwijken en buurten van elkaar. Grote bomen in formele rijen flankeren de straten en zijn een contrast met het weelderige landschap van kruidenrijke graslanden, extensieve beplanting en slingerende paden. Elk seizoen verandert het park van gedaante. Het parklandschap ligt op een verhoogd grondlichaam en omsluit de tuinkamers. Door middel van een unieke constructie met begroeide stapelzoden loopt het verhoogde park door tot aan de straat. Incisies in de grondlichamen verbinden de kamers met de omliggende paden en straten en zorgen dat het water kan worden afgevoerd.
De drie buurtjes hebben de stedenbouwkundige typologie van losse korrel en worden opgezet als ‘woontuinen’: groene, gecultiveerde open ruimtes binnen het weelderige park met voornamelijk vrijstaande woningen en tweekappers. Ze zijn kleinschalig van opzet en hebben een intiem, geborgen en vertrouwd karakter. Net als een tuin heeft het een georganiseerd karakter, maar biedt het tegelijkertijd ruimte voor architectonische
verscheidenheid en individualiteit per woonkorrel. De vrijstaande woningen worden ontwikkeld in particulier opdrachtgeverschap (PO), terwijl de twee-onder-een-kapwoningen en rijwoningen projectmatig worden gerealiseerd. Door het gebruik van enkele consistente elementen wordt vrijheid geboden maar vormen de buurten tegelijkertijd een herkenbare eenheid.
De woontuinen zijn opgezet met een ringweg en een enkele cul-de-sac die de woningen ontsluit. De woningen zijn naar de straten toe georiënteerd, waardoor vanuit bijna elke woning, en vanuit elke straat, het park te ervaren is. De openbare ruimte binnen de buurt is beperkt: het leven van de bewoners speelt zich af op de eigen kavel en in het omringende parklandschap.